BWBR0028917
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 155 Fw
Faillissementswet BES — artikel 155
1. Het bedrag, waarop geverifieerde schuldeischers, krachtens een erkend voorrecht, aanspraak kunnen maken, alsmede de kosten van het faillissement moeten in handen van den curator worden gestort, tenzij de schuldenaar deswege zekerheid stelt. Zoolang hieraan niet is voldaan, is de curator verplicht alle tot den boedel behoorende goederen en gelden onder zich te houden, totdat dit bedrag en de bedoelde kosten aan de daarop rechthebbenden zijn voldaan.
2. Wanneer na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis van homologatie ééne maand is verloopen, zonder dat van wege den schuldenaar de voldoening van een en ander is geschied, gaat de curator daartoe over uit de voorhanden baten des boedels.
3. Het bedrag in het eerste lid bedoeld, en het deel daarvan, aan ieder schuldeischer krachtens zijn recht van voorrang toe te kennen, wordt desnoodig door den rechter-commissaris begroot.
2. Wanneer na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis van homologatie ééne maand is verloopen, zonder dat van wege den schuldenaar de voldoening van een en ander is geschied, gaat de curator daartoe over uit de voorhanden baten des boedels.
3. Het bedrag in het eerste lid bedoeld, en het deel daarvan, aan ieder schuldeischer krachtens zijn recht van voorrang toe te kennen, wordt desnoodig door den rechter-commissaris begroot.
- Citeren als
- Art. 155 Fw
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028917
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl