BWBR0029236
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 2.65
Douane- en Accijnswet BES
1. De inspecteur kan ter inbeslagneming de uitlevering tegen ontvangstbewijs vorderen van brieven die aan enige instelling van vervoer zijn toevertrouwd.
2. Aan enige instelling van vervoer toevertrouwde brieven worden zonder goedvinden van de afzender of van de geadresseerde slechts geopend, indien de rechtercommissaris bij het voor het openbare lichaam bevoegde Gerecht in eerste aanleg waarbinnen de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartoe op verzoek van de inspecteur, machtiging heeft verleend.
3. De vordering, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gedaan en de machtiging of het bevel, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts verleend, onderscheidenlijk, gegeven, indien het vermoeden bestaat dat zich in de brief goederen bevinden.
4. Brieven die aan enige instelling van vervoer waren toevertrouwd en waarvan de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd, worden onverwijld aan de vervoerder ter verzending teruggegeven.
2. Aan enige instelling van vervoer toevertrouwde brieven worden zonder goedvinden van de afzender of van de geadresseerde slechts geopend, indien de rechtercommissaris bij het voor het openbare lichaam bevoegde Gerecht in eerste aanleg waarbinnen de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartoe op verzoek van de inspecteur, machtiging heeft verleend.
3. De vordering, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gedaan en de machtiging of het bevel, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts verleend, onderscheidenlijk, gegeven, indien het vermoeden bestaat dat zich in de brief goederen bevinden.
4. Brieven die aan enige instelling van vervoer waren toevertrouwd en waarvan de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd, worden onverwijld aan de vervoerder ter verzending teruggegeven.
- Citeren als
- Art. 2.65
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029236
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl