BWBR0029236
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 3.30
Douane- en Accijnswet BES
1. De inspecteur kan de vergunning tot invoer met vrijstelling intrekken indien:
a. de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden en bepalingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk zijn nagekomen;
b. de vergunning werd afgegeven op basis van de door de aanvrager verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens en de vergunning niet zou zijn verleend indien de juiste gegevens bekend waren;
c. aan de vergunninghouder surséance van betaling wordt verleend of deze in staat van faillissement wordt verklaard.
2. De intrekking van de vergunning is met redenen omkleed.
a. de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden en bepalingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk zijn nagekomen;
b. de vergunning werd afgegeven op basis van de door de aanvrager verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens en de vergunning niet zou zijn verleend indien de juiste gegevens bekend waren;
c. aan de vergunninghouder surséance van betaling wordt verleend of deze in staat van faillissement wordt verklaard.
2. De intrekking van de vergunning is met redenen omkleed.
- Citeren als
- Art. 3.30
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029236
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl