BWBR0029236
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 4.39
Douane- en Accijnswet BES
1. De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats stelt zekerheid voor de accijns die hij verschuldigd is of kan worden.
2. Het bedrag van de zekerheid wordt bij beschikking vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht.
3. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid.
4. In de vergunning bepaalt de inspecteur zo nodig nader op welke wijze aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorwaarden moet worden voldaan.
5. De inspecteur kan in de vergunning nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk.
2. Het bedrag van de zekerheid wordt bij beschikking vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht.
3. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid.
4. In de vergunning bepaalt de inspecteur zo nodig nader op welke wijze aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorwaarden moet worden voldaan.
5. De inspecteur kan in de vergunning nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk.
- Citeren als
- Art. 4.39
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029236
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl