BWBR0029244
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 4.7
Belastingwet BES
1. In afwijking in zoverre van hoofdstuk VIII, stelt de inspecteur de aanslag vast, zonder dat daaraan een aangifte is voorafgegaan.
2. Bezwaar tegen de aanslag kan niet gegrond zijn op de stelling dat de waarde onjuist is vastgesteld.
3. De belasting wordt geheven over een tijdvak van één kalenderjaar.
4. Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, kan de inspecteur de aanslag opleggen aan één van hen.
5. Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, vordert de ontvanger de belastingaanslag in bij degene op wiens naam de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.
2. Bezwaar tegen de aanslag kan niet gegrond zijn op de stelling dat de waarde onjuist is vastgesteld.
3. De belasting wordt geheven over een tijdvak van één kalenderjaar.
4. Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, kan de inspecteur de aanslag opleggen aan één van hen.
5. Indien er met betrekking tot een onroerende zaak meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, vordert de ontvanger de belastingaanslag in bij degene op wiens naam de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.
- Wet
- Belastingwet BES
- Citeren als
- Art. 4.7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029244
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl