BWBR0029244
Geldig vanaf 31-12-2023
Artikel 7b.2
Belastingwet BES
1. De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting wordt op aangifte voldaan.
2. In afwijking van artikel 8.5, tweede lid, eerste zin, en artikel 8.11, derde lid, stelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan zeventien maanden na het einde van het tijdvak.
3. In afwijking van artikel 8.11, eerste lid, is de belastingplichtige gehouden de belasting overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen binnen zeventien maanden na het einde van het tijdvak.
4. Indien artikel 8.4, zevende lid, van de Wet minimumbelasting 2024 toepassing vindt op een bedrag aan ingevolge hoofdstuk 3 van die wet verschuldigde binnenlandse bijheffing vervalt de betalingsverplichting voor dat bedrag aan binnenlandse bijheffing.
2. In afwijking van artikel 8.5, tweede lid, eerste zin, en artikel 8.11, derde lid, stelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan zeventien maanden na het einde van het tijdvak.
3. In afwijking van artikel 8.11, eerste lid, is de belastingplichtige gehouden de belasting overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen binnen zeventien maanden na het einde van het tijdvak.
4. Indien artikel 8.4, zevende lid, van de Wet minimumbelasting 2024 toepassing vindt op een bedrag aan ingevolge hoofdstuk 3 van die wet verschuldigde binnenlandse bijheffing vervalt de betalingsverplichting voor dat bedrag aan binnenlandse bijheffing.
- Wet
- Belastingwet BES
- Citeren als
- Art. 7b.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029244
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl