BWBR0029244
Geldig vanaf 30-06-2015
Artikel 8.104
Belastingwet BES
1. Van de indiener van het beroepschrift wordt ten behoeve van ’s Rijks schatkist een griffierecht geheven ten bedrage van USD 30.
2. De griffier wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het griffierecht binnen zes weken na de verzending van zijn mededeling dient te zijn betaald aan het Gerecht in eerste aanleg.
3. Indien het griffierecht niet tijdig is betaald, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Indien het Gerecht in eerste aanleg het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, vergoedt de inspecteur het door de indiener van het beroepschrift betaalde griffierecht.
2. De griffier wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het griffierecht binnen zes weken na de verzending van zijn mededeling dient te zijn betaald aan het Gerecht in eerste aanleg.
3. Indien het griffierecht niet tijdig is betaald, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Indien het Gerecht in eerste aanleg het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, vergoedt de inspecteur het door de indiener van het beroepschrift betaalde griffierecht.
- Wet
- Belastingwet BES
- Citeren als
- Art. 8.104
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029244
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl