BWBR0029309
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 2.52
Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES
1. Indien voor de tijdelijke invoer van goederen met vrijstelling een vergunning is vereist, kan bij die vergunning worden bepaald dat tijdelijk ingevoerde goederen slechts de behandelingen mogen ondergaan die noodzakelijk zijn voor het onderhoud en het in goede staat bewaren daarvan.
2. Indien sprake is van repeterende zendingen kan de aangever de inspecteur om een doorlopende vergunning verzoeken.
3. De inspecteur kan op verzoek van de vergunninghouder toestemming verlenen voor overdracht van de vergunning aan een andere persoon, die voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning en die zich verplicht tot nakoming van de aan die vergunning verbonden voorschriften.
4. Bij de aangifte ten invoer wordt een exemplaar van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, gevoegd. In de aangifte wordt melding gemaakt van de datum en het nummer van de vergunning.
5. Artikel 2.48, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Indien sprake is van repeterende zendingen kan de aangever de inspecteur om een doorlopende vergunning verzoeken.
3. De inspecteur kan op verzoek van de vergunninghouder toestemming verlenen voor overdracht van de vergunning aan een andere persoon, die voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning en die zich verplicht tot nakoming van de aan die vergunning verbonden voorschriften.
4. Bij de aangifte ten invoer wordt een exemplaar van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, gevoegd. In de aangifte wordt melding gemaakt van de datum en het nummer van de vergunning.
5. Artikel 2.48, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 2.52
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029309
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl