BWBR0029750
Geldig vanaf 18-06-2009
Artikel 20
Regeling Gamefonds
1. Bij de formulering van het advies over de toekenning van een gamesubsidie dient de commissie zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, en verder het door de aanvrager verstrekte beeldmateriaal, mogelijk andere documentatie en aanvullende informatie.
2. Bij de beoordeling dient de commissie een oordeel te geven over de mate waarin een aanvraag voldoet aan het in artikel 2 lid 1 opgenomen doel.
Daarbij betrekt zij de volgende criteria.
– de te verwachten artistieke kwaliteit van de game of het onderdeel waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij met name de opvatting van een game als artistiek product van belang is;
– de mate waarin triggers zijn ingebouwd waardoor de speler wordt uitgedaagd om te gaan spelen en zo het universum van de game te verkennen;
– de haalbaarheid, in de zin dat kan worden verwacht dat de betrokken partijen de game daadwerkelijk zullen produceren;
– de mate waarin op grond van het marketingplan valt te verwachten dat de game voldoende zijn weg naar het publiek zal vinden;
– de mate van samenwerking tussen kunstenaars, vormgevers of animatoren en gameontwikkelaars of (culturele) instellingen;
– zijn de voor de inhoud van de game eindverantwoordelijke kunstenaar(s), vormgever(s), of animator(en) voldoende geïntegreerd in de Nederlandse cultuur;
– is de begroting realistisch en sluitend en staat de bijdrage van derden in redelijke verhouding tot die van de fondsen.
3. Het advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de gamesubsidie verstrekt wordt.
2. Bij de beoordeling dient de commissie een oordeel te geven over de mate waarin een aanvraag voldoet aan het in artikel 2 lid 1 opgenomen doel.
Daarbij betrekt zij de volgende criteria.
– de te verwachten artistieke kwaliteit van de game of het onderdeel waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij met name de opvatting van een game als artistiek product van belang is;
– de mate waarin triggers zijn ingebouwd waardoor de speler wordt uitgedaagd om te gaan spelen en zo het universum van de game te verkennen;
– de haalbaarheid, in de zin dat kan worden verwacht dat de betrokken partijen de game daadwerkelijk zullen produceren;
– de mate waarin op grond van het marketingplan valt te verwachten dat de game voldoende zijn weg naar het publiek zal vinden;
– de mate van samenwerking tussen kunstenaars, vormgevers of animatoren en gameontwikkelaars of (culturele) instellingen;
– zijn de voor de inhoud van de game eindverantwoordelijke kunstenaar(s), vormgever(s), of animator(en) voldoende geïntegreerd in de Nederlandse cultuur;
– is de begroting realistisch en sluitend en staat de bijdrage van derden in redelijke verhouding tot die van de fondsen.
3. Het advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de gamesubsidie verstrekt wordt.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029750
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl