BWBR0029878
Geldig vanaf 02-04-2011
Artikel 8
Zuivelverordening 2010, Grondslag uitbetaling geitenmelk
1. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van één of meer van de hiernavolgende onderdelen:
a. het vetgehalte;
b. het eiwitgehalte;
c. de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen;
d. het kiemgetal;
e. de verontreinigingsgraad;
f. het celgetal;
g. de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën;
h. het vriespunt;
i. het chloroformgehalte;
j. de aanwezigheid van koemelk;
dan is het bepaalde in Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van het vetgehalte of het eiwitgehalte, dan worden deze per leverantie bepaald.
3. De ontvanger van boerderijmelk legt het systeem van uitbetaling zoals bedoeld in deze verordening vast. Dit systeem van uitbetaling wordt aan de betrokken melkgeitenhouders bekendgemaakt.
a. het vetgehalte;
b. het eiwitgehalte;
c. de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen;
d. het kiemgetal;
e. de verontreinigingsgraad;
f. het celgetal;
g. de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën;
h. het vriespunt;
i. het chloroformgehalte;
j. de aanwezigheid van koemelk;
dan is het bepaalde in Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de uitbetaling van boerderijmelk plaatsvindt op basis van het vetgehalte of het eiwitgehalte, dan worden deze per leverantie bepaald.
3. De ontvanger van boerderijmelk legt het systeem van uitbetaling zoals bedoeld in deze verordening vast. Dit systeem van uitbetaling wordt aan de betrokken melkgeitenhouders bekendgemaakt.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029878
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl