BWBR0029883
Geldig vanaf 01-08-2013
Artikel 1
Verordening op de nummerherkenning
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
b. advocaat in dienstbetrekking: de advocaat die de praktijk uitoefent in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, e en f alsmede het tweede lid van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking.
c. nummerherkenning: het systeem dat de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie gebruikt bij het opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel, als bedoeld in de artikelen 126m, 126t en 126zg Wetboek van Strafvordering, om langs geautomatiseerde weg geheimhoudernummers te herkennen, zodat de opname van communicatie van of naar deze nummers bij beëindiging van de communicatie automatisch wordt vernietigd, en gelijktijdig meeluisteren met de communicatie niet mogelijk is.
d. geheimhoudernummer: een nummer als bedoeld in artikel 1.1 bb Telecommunicatiewet dat doorgaans wordt gebruikt in de uitoefening van zijn praktijk door de advocaat zelf of een ieder met een van de advocaat afgeleid verschoningsrecht, en dat de Orde heeft verstrekt aan de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie ten behoeve van de nummerherkenning.
e. bundelnummer: het nummer dat op signaleringsniveau aan gesprekken via een uitgaande telefoonlijn wordt meegegeven en dat wordt bepaald in de telefooncentrale van het advocatenkantoor dan wel de nummercentrale van een aanbieder van een communicatiedienst.
f. secretaris van de Algemene Raad: de secretaris van de Algemene Raad als bedoeld in artikel 34 van de Advocatenwet.
g. niet-geheimhouder: een beroepsbeoefenaar voor wie geen verschoningsrecht of een van een verschoningsgerechtigde afgeleid verschoningsrecht geldt.
a. advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
b. advocaat in dienstbetrekking: de advocaat die de praktijk uitoefent in dienstbetrekking bij een werkgever als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, e en f alsmede het tweede lid van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking.
c. nummerherkenning: het systeem dat de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie gebruikt bij het opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel, als bedoeld in de artikelen 126m, 126t en 126zg Wetboek van Strafvordering, om langs geautomatiseerde weg geheimhoudernummers te herkennen, zodat de opname van communicatie van of naar deze nummers bij beëindiging van de communicatie automatisch wordt vernietigd, en gelijktijdig meeluisteren met de communicatie niet mogelijk is.
d. geheimhoudernummer: een nummer als bedoeld in artikel 1.1 bb Telecommunicatiewet dat doorgaans wordt gebruikt in de uitoefening van zijn praktijk door de advocaat zelf of een ieder met een van de advocaat afgeleid verschoningsrecht, en dat de Orde heeft verstrekt aan de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie ten behoeve van de nummerherkenning.
e. bundelnummer: het nummer dat op signaleringsniveau aan gesprekken via een uitgaande telefoonlijn wordt meegegeven en dat wordt bepaald in de telefooncentrale van het advocatenkantoor dan wel de nummercentrale van een aanbieder van een communicatiedienst.
f. secretaris van de Algemene Raad: de secretaris van de Algemene Raad als bedoeld in artikel 34 van de Advocatenwet.
g. niet-geheimhouder: een beroepsbeoefenaar voor wie geen verschoningsrecht of een van een verschoningsgerechtigde afgeleid verschoningsrecht geldt.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl