BWBR0030284
Geldig vanaf 01-10-2021
Artikel 153
Wet voortgezet onderwijs BES
1. Onze Minister stelt de hoogte van de bekostiging zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school.
2. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in artikel 152, eerste lid, vastgesteld en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanvullende bekostiging kan worden toegekend.
4. De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van vaststelling.
5. Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in artikel 152, eerste lid, of bij tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks financiën zich daartegen verzet.
2. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in artikel 152, eerste lid, vastgesteld en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanvullende bekostiging kan worden toegekend.
4. De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van vaststelling.
5. Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in artikel 152, eerste lid, of bij tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks financiën zich daartegen verzet.
- Citeren als
- Art. 153
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030284
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl