BWBR0030326
Geldig vanaf 01-09-2026
Artikel 3a
Subsidieregeling stageplaatsen zorg II
1. Indien subsidieverlening op grond van deze regeling ertoe leidt dat de maximale beschikbare de-minimisruimte van € 300.000 als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening wordt overschreden, wordt voor het resterende subsidiebedrag een DAEB de-minimis opgedragen.
2. De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale werkingsduur van 5 jaar.
3. Indien een deel van de subsidie is ingezet voor het realiseren van stageplaatsen voor deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt, gaat de aanvraag over studiejaar 2022–2023 en de daarop volgende studiejaren, in aanvulling op artikel 3, tweede lid, voor dat deel van de subsidie vergezeld van:
a. een de-minimisverklaring; of
b. een DAEB de-minimisverklaring.
2. De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale werkingsduur van 5 jaar.
3. Indien een deel van de subsidie is ingezet voor het realiseren van stageplaatsen voor deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt, gaat de aanvraag over studiejaar 2022–2023 en de daarop volgende studiejaren, in aanvulling op artikel 3, tweede lid, voor dat deel van de subsidie vergezeld van:
a. een de-minimisverklaring; of
b. een DAEB de-minimisverklaring.
- Citeren als
- Art. 3a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030326
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl