BWBR0030448
Geldig vanaf 28-08-2011
Artikel 6
Verordening registratie en verantwoording antibioticagebruik varkenssector (PVV) 2011
1. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door de secretaris van het productschap, namens het bestuur, bij besluit zijn aangewezen.
2. De houder is verplicht:
a. aan de aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, tot het bedrijf van de houder behorende, zijn opgeslagen of worden vervoerd;
d. te gedogen dat de aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de houder, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders;
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervuling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
3. De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
2. De houder is verplicht:
a. aan de aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, tot het bedrijf van de houder behorende, zijn opgeslagen of worden vervoerd;
d. te gedogen dat de aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de houder, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders;
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervuling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
3. De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030448
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl