BWBR0030587
Geldig vanaf 03-11-2011
Artikel 3.5
Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2013–2016
1. Het subsidie bestaat uit een bedrag per uitvoering en eventueel een toeslag.
2. De hoogte van het bedrag per uitvoering is afhankelijk van de bezoekerscapaciteit van de locaties en de kostenratio van het aanbod dat een aanvrager produceert. De bijbehorende bedragen zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling. Er wordt voor maximaal 100 uitvoeringen subsidie verstrekt voor aanvragen op het gebied van theater, muziektheater of dans en voor maximaal 80 uitvoeringen voor aanvragen op het gebied van muziek.
3. Bij het vaststellen van de bezoekerscapaciteit wordt een onderscheid gemaakt tussen uitvoeringen die plaatsvinden op kleine podia, op middelgrote podia en op grote podia. Podia met een bezoekerscapaciteit van maximaal 200 personen worden aangemerkt als klein, podia met een bezoekerscapaciteit van 201 tot en met 400 personen als middelgroot en podia met een bezoekerscapaciteit van meer dan 400 als groot. Bij uitvoeringen die niet op reguliere podia plaatsvinden wordt de locatie op basis van het te verwachten bezoekersaantal aangemerkt als klein, middelgroot of groot.
4. Bij het vaststellen van de kostenratio van het aanbod wordt gekeken naar de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om de uitvoeringen te kunnen verzorgen.
5. Op basis van de aanvraag kan een toeslag van 20% worden toegekend als de aanvrager een bijzondere bijdrage levert aan de innovatie van het aanbod op het gebied van de podiumkunsten.
2. De hoogte van het bedrag per uitvoering is afhankelijk van de bezoekerscapaciteit van de locaties en de kostenratio van het aanbod dat een aanvrager produceert. De bijbehorende bedragen zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling. Er wordt voor maximaal 100 uitvoeringen subsidie verstrekt voor aanvragen op het gebied van theater, muziektheater of dans en voor maximaal 80 uitvoeringen voor aanvragen op het gebied van muziek.
3. Bij het vaststellen van de bezoekerscapaciteit wordt een onderscheid gemaakt tussen uitvoeringen die plaatsvinden op kleine podia, op middelgrote podia en op grote podia. Podia met een bezoekerscapaciteit van maximaal 200 personen worden aangemerkt als klein, podia met een bezoekerscapaciteit van 201 tot en met 400 personen als middelgroot en podia met een bezoekerscapaciteit van meer dan 400 als groot. Bij uitvoeringen die niet op reguliere podia plaatsvinden wordt de locatie op basis van het te verwachten bezoekersaantal aangemerkt als klein, middelgroot of groot.
4. Bij het vaststellen van de kostenratio van het aanbod wordt gekeken naar de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om de uitvoeringen te kunnen verzorgen.
5. Op basis van de aanvraag kan een toeslag van 20% worden toegekend als de aanvrager een bijzondere bijdrage levert aan de innovatie van het aanbod op het gebied van de podiumkunsten.
- Citeren als
- Art. 3.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030587
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl