BWBR0030592
Geldig vanaf 03-11-2011
Artikel 3.3
Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016
1. Een aanvragende instelling dient te kunnen aantonen dat in de jaren 2009, 2010 en 2011 de activiteiten van de instelling deelnemers hebben getrokken uit ten minste vier provincies of zijn uitgevoerd in ten minste vier provincies.
2. Een aanvrager die de drempelnorm uit het eerste lid niet haalt, kan desondanks wel een aanvraag indienen, maar dient in zijn aanvraag aannemelijk te maken dat hij daaraan met ingang van 2013 wel zal voldoen. Het bestuur kan bijkomende eisen stellen aan de inhoud van de aanvraag.
3. Een aanvrager zendt complete activiteitenoverzichten, deelnemerslijsten en jaarrekeningen over de jaren 2009, 2010 en 2011 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds voor Cultuurparticipatie. De jaarrekening 2011 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk voor 1 april 2012 is ontvangen.
4. Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbare opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.
2. Een aanvrager die de drempelnorm uit het eerste lid niet haalt, kan desondanks wel een aanvraag indienen, maar dient in zijn aanvraag aannemelijk te maken dat hij daaraan met ingang van 2013 wel zal voldoen. Het bestuur kan bijkomende eisen stellen aan de inhoud van de aanvraag.
3. Een aanvrager zendt complete activiteitenoverzichten, deelnemerslijsten en jaarrekeningen over de jaren 2009, 2010 en 2011 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds voor Cultuurparticipatie. De jaarrekening 2011 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk voor 1 april 2012 is ontvangen.
4. Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbare opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.
- Citeren als
- Art. 3.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030592
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl