BWBR0030595
Geldig vanaf 04-11-2011
Artikel 9
Deelregeling Meerjarige Programma’s Architectuur, Vormgeving en E-cultuur
Een aanvraag voor een programma wordt getoetst op:
1. De in het verleden behaalde resultaten. De adviescommissie toetst deze resultaten op basis van haar waardering van de volgende onderwerpen: 1. kwaliteit: in hoeverre zijn de activiteiten van de instelling in de afgelopen drie jaar qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidend geweest ten opzichte van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. pluriformiteit: in hoeverre heeft de instelling in de afgelopen drie jaar een onderscheidende positie ingenomen in de wijze waarop de disciplines architectuur, vormgeving en e-cultuur onder de aandacht zijn gebracht;
3. platform: in hoeverre hebben de activiteiten in de afgelopen drie jaar een betekenisvolle rol gespeeld in het samenspel van talentontwikkeling, onderzoek, innovatie, het genereren van publiciteit, het bij elkaar brengen van relevante disciplines en partners tot en met de implementatie.
1. kwaliteit: in hoeverre zijn de activiteiten van de instelling in de afgelopen drie jaar qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidend geweest ten opzichte van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. pluriformiteit: in hoeverre heeft de instelling in de afgelopen drie jaar een onderscheidende positie ingenomen in de wijze waarop de disciplines architectuur, vormgeving en e-cultuur onder de aandacht zijn gebracht;
3. platform: in hoeverre hebben de activiteiten in de afgelopen drie jaar een betekenisvolle rol gespeeld in het samenspel van talentontwikkeling, onderzoek, innovatie, het genereren van publiciteit, het bij elkaar brengen van relevante disciplines en partners tot en met de implementatie.
2. Het activiteitenprogramma wordt door de commissie getoetst op: 1. de mate waarin het programma zich qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidt van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. de verwachting van een excellente uitvoering;
3. de mate van maatschappelijk draagvlak, die ondermeer blijkt uit samenwerking met andere partijen;
4. het ondernemerschap, dat ondermeer tot uiting komt in de mate van cofinanciering;
5. de aanwezigheid van financiële bijdragen van gemeente of provincie;
6. de mate waarin het programma een betekenisvolle relatie legt tussen de ontwerpdiscipline(s) en actuele maatschappelijke vraagstukken;
7. de geografische spreiding van de activiteiten.
1. de mate waarin het programma zich qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidt van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. de verwachting van een excellente uitvoering;
3. de mate van maatschappelijk draagvlak, die ondermeer blijkt uit samenwerking met andere partijen;
4. het ondernemerschap, dat ondermeer tot uiting komt in de mate van cofinanciering;
5. de aanwezigheid van financiële bijdragen van gemeente of provincie;
6. de mate waarin het programma een betekenisvolle relatie legt tussen de ontwerpdiscipline(s) en actuele maatschappelijke vraagstukken;
7. de geografische spreiding van de activiteiten.
1. De in het verleden behaalde resultaten. De adviescommissie toetst deze resultaten op basis van haar waardering van de volgende onderwerpen: 1. kwaliteit: in hoeverre zijn de activiteiten van de instelling in de afgelopen drie jaar qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidend geweest ten opzichte van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. pluriformiteit: in hoeverre heeft de instelling in de afgelopen drie jaar een onderscheidende positie ingenomen in de wijze waarop de disciplines architectuur, vormgeving en e-cultuur onder de aandacht zijn gebracht;
3. platform: in hoeverre hebben de activiteiten in de afgelopen drie jaar een betekenisvolle rol gespeeld in het samenspel van talentontwikkeling, onderzoek, innovatie, het genereren van publiciteit, het bij elkaar brengen van relevante disciplines en partners tot en met de implementatie.
1. kwaliteit: in hoeverre zijn de activiteiten van de instelling in de afgelopen drie jaar qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidend geweest ten opzichte van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. pluriformiteit: in hoeverre heeft de instelling in de afgelopen drie jaar een onderscheidende positie ingenomen in de wijze waarop de disciplines architectuur, vormgeving en e-cultuur onder de aandacht zijn gebracht;
3. platform: in hoeverre hebben de activiteiten in de afgelopen drie jaar een betekenisvolle rol gespeeld in het samenspel van talentontwikkeling, onderzoek, innovatie, het genereren van publiciteit, het bij elkaar brengen van relevante disciplines en partners tot en met de implementatie.
2. Het activiteitenprogramma wordt door de commissie getoetst op: 1. de mate waarin het programma zich qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidt van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. de verwachting van een excellente uitvoering;
3. de mate van maatschappelijk draagvlak, die ondermeer blijkt uit samenwerking met andere partijen;
4. het ondernemerschap, dat ondermeer tot uiting komt in de mate van cofinanciering;
5. de aanwezigheid van financiële bijdragen van gemeente of provincie;
6. de mate waarin het programma een betekenisvolle relatie legt tussen de ontwerpdiscipline(s) en actuele maatschappelijke vraagstukken;
7. de geografische spreiding van de activiteiten.
1. de mate waarin het programma zich qua inhoud, opzet en uitvoering onderscheidt van het bestaande (inter)nationale aanbod;
2. de verwachting van een excellente uitvoering;
3. de mate van maatschappelijk draagvlak, die ondermeer blijkt uit samenwerking met andere partijen;
4. het ondernemerschap, dat ondermeer tot uiting komt in de mate van cofinanciering;
5. de aanwezigheid van financiële bijdragen van gemeente of provincie;
6. de mate waarin het programma een betekenisvolle relatie legt tussen de ontwerpdiscipline(s) en actuele maatschappelijke vraagstukken;
7. de geografische spreiding van de activiteiten.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030595
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl