BWBR0031018
Geldig vanaf 2020-09-14
Artikel 2.1
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
1. Als militaire terreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 1vermelde terreinen.
2. Als onveilige gebieden buiten militair terrein van schietterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, tweede lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 2vermelde gebieden.
3. Als militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, derde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 3vermelde terreinen.
4. Als geluidszones voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 4vermelde zones.
5. Als obstakelbeheergebieden voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vijfde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 5vermelde gebieden.
6. Als zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zesde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 6vermelde installaties.
7. Als bouwbeperkingengebieden rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zevende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 7vermelde gebieden.
8. Als radarstations, bedoeld in artikel 2.6.2, achtste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 8vermelde radarstations.
9. Als radarverstoringsgebied, bedoeld in artikel 2.6.2, negende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 9vermelde gebieden.
10. Als begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, bedoeld in artikel 2.6.2, tiende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 11vermelde begrenzingen.
11. Als munitieopslagplaatsen, bedoeld in artikel 2.6.2, elfde lid, van het besluit, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van het besluitworden aangewezen de in bijlage 12vermelde opslagplaatsen en de in bijlage 13vermelde veiligheidszones.
12. Van de in de het eerste tot en met elfde lid bedoelde terreinen, gebieden, zones en objecten zijn de geometrische plaatsbepalingen vastgelegd in het GML-bestand bij deze regeling en zijn de kaarten, waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, in de in het eerste tot en met elfde lid bedoelde bijlagen opgenomen.
2. Als onveilige gebieden buiten militair terrein van schietterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, tweede lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 2vermelde gebieden.
3. Als militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, derde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 3vermelde terreinen.
4. Als geluidszones voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 4vermelde zones.
5. Als obstakelbeheergebieden voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vijfde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 5vermelde gebieden.
6. Als zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zesde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 6vermelde installaties.
7. Als bouwbeperkingengebieden rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zevende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 7vermelde gebieden.
8. Als radarstations, bedoeld in artikel 2.6.2, achtste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 8vermelde radarstations.
9. Als radarverstoringsgebied, bedoeld in artikel 2.6.2, negende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 9vermelde gebieden.
10. Als begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, bedoeld in artikel 2.6.2, tiende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 11vermelde begrenzingen.
11. Als munitieopslagplaatsen, bedoeld in artikel 2.6.2, elfde lid, van het besluit, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van het besluitworden aangewezen de in bijlage 12vermelde opslagplaatsen en de in bijlage 13vermelde veiligheidszones.
12. Van de in de het eerste tot en met elfde lid bedoelde terreinen, gebieden, zones en objecten zijn de geometrische plaatsbepalingen vastgelegd in het GML-bestand bij deze regeling en zijn de kaarten, waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, in de in het eerste tot en met elfde lid bedoelde bijlagen opgenomen.