BWBR0031080
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 6
Hygiënebesluit fokbedrijven, opfokbedrijven en vermeerderingsbedrijven kalkoensector (PPE) 2011
1. De voorzitter laat bij ten minste tien procent van de fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven één maal per kalenderjaar monsters nemen als bedoeld in artikel 12 van de Verordening nemen.
2. De monsters worden genomen op de fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven waar de voorzitter op grond van de uitslag van de serotypering dan wel de uitslag van het verificatieonderzoek in de voorafgaande twaalf maanden een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium bij een stalkoppel fokkalkoenen en vermeerderingskalkoenen heeft vastgesteld.
3. De monsters worden door GD genomen bij alle stalkoppels fokkalkoenen en vermeerderingskalkoenen die op het betreffende vermeerderingsbedrijf of fokbedrijf aanwezig zijn.
4. Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 12 van de Verordening kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 4 van de Verordening.
5. De voorzitter kan jaarlijks vermeerderingsbedrijven en fokbedrijven aanwijzen voor de monsterneming als bedoeld in artikel 12 van de Verordening, teneinde te verzekeren dat per kalenderjaar bij tien procent van het totale aantal vermeerderingsbedrijven en fokbedrijven deze monsterneming wordt uitgevoerd.
2. De monsters worden genomen op de fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven waar de voorzitter op grond van de uitslag van de serotypering dan wel de uitslag van het verificatieonderzoek in de voorafgaande twaalf maanden een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium bij een stalkoppel fokkalkoenen en vermeerderingskalkoenen heeft vastgesteld.
3. De monsters worden door GD genomen bij alle stalkoppels fokkalkoenen en vermeerderingskalkoenen die op het betreffende vermeerderingsbedrijf of fokbedrijf aanwezig zijn.
4. Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 12 van de Verordening kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 4 van de Verordening.
5. De voorzitter kan jaarlijks vermeerderingsbedrijven en fokbedrijven aanwijzen voor de monsterneming als bedoeld in artikel 12 van de Verordening, teneinde te verzekeren dat per kalenderjaar bij tien procent van het totale aantal vermeerderingsbedrijven en fokbedrijven deze monsterneming wordt uitgevoerd.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031080
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl