BWBR0031205
Geldig vanaf 22-01-2012
Artikel 2:3
Verordening PT CO2 sectorsysteem glastuinbouw 2011
1. De ondernemer die een of meerdere inrichtingen regime A drijft of die niet heeft voldaan aan artikel 2:1, derde lid, dient jaarlijks voor 1 juli een emissieaangifte in voor elk van zijn inrichtingen, waarin de gegevens zijn vermeld die nodig zijn voor het bepalen van de CO2-jaarvracht van de inrichting.
2. Het productschap stelt een formulier vast voor het indienen van de emissieaangifte.
3. Indien het productschap twijfelt aan de juistheid van de inhoud van de emissieaangifte, kan ze daaromtrent aan de ondernemer aanvullende vragen stellen. De ondernemer beantwoordt deze vragen binnen een termijn van 4 weken.
4. Indien de ondernemer niet tijdig een volledige emissieaangifte indient of indien naar het oordeel van het productschap de emissieaangifte onjuiste gegevens bevat of de beantwoording van de vragen, bedoeld in het derde lid, niet afdoende is, kan het productschap de CO2-jaarvracht ambtshalve vaststellen en deze CO2-jaarvracht als basis nemen voor de afrekening, bedoeld in artikel 2:7.
5. De ondernemer bewaart gedurende tenminste vijf jaren de gegevens en uitgevoerde berekeningen, die ten grondslag liggen aan de CO2-jaarvracht van een kalenderjaar, evenals de onderliggende facturen en andere schriftelijke afleveringsbewijzen van gas, elektriciteit en warmte.
6. De voorzitter is bevoegd nadere regels te stellen betreffende de berekeningsmethode opgenomen in bijlage I voor het bepalen van de CO2-jaarvracht.
2. Het productschap stelt een formulier vast voor het indienen van de emissieaangifte.
3. Indien het productschap twijfelt aan de juistheid van de inhoud van de emissieaangifte, kan ze daaromtrent aan de ondernemer aanvullende vragen stellen. De ondernemer beantwoordt deze vragen binnen een termijn van 4 weken.
4. Indien de ondernemer niet tijdig een volledige emissieaangifte indient of indien naar het oordeel van het productschap de emissieaangifte onjuiste gegevens bevat of de beantwoording van de vragen, bedoeld in het derde lid, niet afdoende is, kan het productschap de CO2-jaarvracht ambtshalve vaststellen en deze CO2-jaarvracht als basis nemen voor de afrekening, bedoeld in artikel 2:7.
5. De ondernemer bewaart gedurende tenminste vijf jaren de gegevens en uitgevoerde berekeningen, die ten grondslag liggen aan de CO2-jaarvracht van een kalenderjaar, evenals de onderliggende facturen en andere schriftelijke afleveringsbewijzen van gas, elektriciteit en warmte.
6. De voorzitter is bevoegd nadere regels te stellen betreffende de berekeningsmethode opgenomen in bijlage I voor het bepalen van de CO2-jaarvracht.
- Citeren als
- Art. 2:3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031205
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl