1. De ondernemer mag alleen pluimvee slachten indien hij uiterlijk 24 uur vóór de slacht in het bezit is van de schriftelijke uitslagen van het Salmonellaonderzoek dat in de stal waaruit het pluimvee afkomstig is, is uitgevoerd.
2. De schriftelijke uitslagen van het in het eerste lid bedoelde Salmonellaonderzoek omvatten de uitslagen van de detectie, in voorkomend geval de serotypering en in voorkomend geval het verificatieonderzoek, als bedoeld in de artikelen:
a) artikel 4 (opfokbedrijf, fokbedrijf en vermeerderingsbedrijf),
b) artikel 10 (opfokleghennenbedrijf, en leghennenbedrijf),
c) artikel 13 (vleeskuikenbedrijven) en
d) artikel 15 (Salmonellaonderzoek op initiatief van de voorzitter),
van de
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en de daarop gebaseerde besluiten.
3. De ondernemer is verplicht om dagelijks al het pluimvee in onderstaande volgorde te slachten:
a) Als eerste al het pluimvee waarvan het Salmonellaonderzoek in het pluimveebedrijf geen Salmonella heeft aangetoond;
b) Vervolgens al het pluimvee waarvan het Salmonellaonderzoek in het pluimveebedrijf Salmonella van een ander serotype dan Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond;
c) Als laatste al het pluimvee waarvan het Salmonellaonderzoek in het pluimveebedrijf Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond.