BWBR0031382
Geldig vanaf 01-05-2010
Artikel 1
Tijdelijke regeling extern onderzoek ten behoeve van initiatiefwetsvoorstellen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. accountant: een accountant of de Stafdienst Financieel Economische Zaken.
b. fractie: een fractie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
c. Presidium: het Presidium bedoeld in artikel 9 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
d. extern onderzoek: een onderzoek: 1°. uitgevoerd door één of meer deskundigen op het te onderzoeken terrein;
2°. in opdracht van één of meer leden, die deze opdracht op eigen naam hebben gegeven;
3°. ten behoeve van een voorstel van wet door het lid of de leden, bedoeld in onderdeel 2°, aanhangig te maken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van de Grondwet; en
4°. dat binnen één jaar na het besluit van het Presidium, bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt afgerond.
1°. uitgevoerd door één of meer deskundigen op het te onderzoeken terrein;
2°. in opdracht van één of meer leden, die deze opdracht op eigen naam hebben gegeven;
3°. ten behoeve van een voorstel van wet door het lid of de leden, bedoeld in onderdeel 2°, aanhangig te maken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van de Grondwet; en
4°. dat binnen één jaar na het besluit van het Presidium, bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt afgerond.
a. accountant: een accountant of de Stafdienst Financieel Economische Zaken.
b. fractie: een fractie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, en artikel 12, eerste en tweede lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
c. Presidium: het Presidium bedoeld in artikel 9 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
d. extern onderzoek: een onderzoek: 1°. uitgevoerd door één of meer deskundigen op het te onderzoeken terrein;
2°. in opdracht van één of meer leden, die deze opdracht op eigen naam hebben gegeven;
3°. ten behoeve van een voorstel van wet door het lid of de leden, bedoeld in onderdeel 2°, aanhangig te maken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van de Grondwet; en
4°. dat binnen één jaar na het besluit van het Presidium, bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt afgerond.
1°. uitgevoerd door één of meer deskundigen op het te onderzoeken terrein;
2°. in opdracht van één of meer leden, die deze opdracht op eigen naam hebben gegeven;
3°. ten behoeve van een voorstel van wet door het lid of de leden, bedoeld in onderdeel 2°, aanhangig te maken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van de Grondwet; en
4°. dat binnen één jaar na het besluit van het Presidium, bedoeld in artikel 3, derde lid, wordt afgerond.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031382
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl