1. a. Het is de be- of verwerker niet toegestaan vóór de weging iets van het slachtvarken af te snijden of te verwijderen.
b. Van het onder a., bepaalde zijn de navolgende onderdelen uitgezonderd: - de borstels,
- het bezoedelde weefsel rond de huidopening van het steekgat,
- het onderhuidse bezoedelde weefsel rond het steekgat, met inbegrip van het met geronnen bloed bezoedeld weefsel rond het steekgat, met een maximum van 100 gram per slachtvarken,
- de tonsillen,
- de klauwen,
- de endeldarm en het aarseinde,
- de pezerik,
- de testikels,
- de tong met hartslag,
- de hersenen,
- het ruggenmerg,
- het hartzakje, en
- de in houd van de borst- en de buikholte, daaronder niet begrepen de haasjes.
- de borstels,
- het bezoedelde weefsel rond de huidopening van het steekgat,
- het onderhuidse bezoedelde weefsel rond het steekgat, met inbegrip van het met geronnen bloed bezoedeld weefsel rond het steekgat, met een maximum van 100 gram per slachtvarken,
- de tonsillen,
- de klauwen,
- de endeldarm en het aarseinde,
- de pezerik,
- de testikels,
- de tong met hartslag,
- de hersenen,
- het ruggenmerg,
- het hartzakje, en
- de in houd van de borst- en de buikholte, daaronder niet begrepen de haasjes.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder a., draagt de be- of verwerker er zorg voor dat de reuzels, de nieren, het middenrif en de longhaas voorafgaand aan het tijdstip van weging verwijderd worden.
3. Het bepaalde in het tweede lid, is niet van toepassing als op grond van het bij of krachtens de Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde is beslist dat een slachtvarken aan een bacteriologisch onderzoek onderworpen moet worden.
4. De be- of verwerker draagt er zorg voor dat bij het verwijderen of afsnijden van de delen als bepaald in het eerste lid, onder b., en het tweede lid, de afsnijdingen aan vlees, spek of vet zo gering mogelijk zijn.
5. Indien ten gevolge van een beslissing op grond van het bij of krachtens de Verordening (EG) Nr. 854/2004 bepaalde meer moet worden afgesneden of verwijderd dan op grond van het eerste lid, onder a., en het vierde lid is toegestaan, is de be- of verwerker gehouden het geschatte gewicht van dat meerdere in aanmerking te nemen bij de vaststelling van het gewicht.
6. Het bepaalde in het vijfde lid, geldt niet indien de be- of verwerker vóór de slachting aantoont dat het een slachtvarken betreft dat aan een slachtrisicoverzekeraar ter verzekering tegen slachtrisico is aangeboden, doch niet door deze is verzekerd.
7. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder a., is het de be- of verwerker toegestaan bij geslachte zware slachtvarkens de uier of het scrotum vóór het tijdstip van weging te verwijderen.
8. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder a., en onverminderd het bepaalde in artikel 3, is het de be- of verwerker toegestaan oormerken vóór het tijdstip van weging te verwijderen. In het geval verwijdering van het oormerk plaatsvindt door het weg te snijden, wordt:
a. zo min mogelijk van het oor weggesneden, en
b. het gewicht van het betreffende slachtvarken, uiterlijk op het tijdstip van weging, vermeerderd met 50 gram per verwijderd oormerk.