BWBR0031659
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 15
Wet bekostiging financieel toezicht
1. Indien de toezichthouder een ingevolge artikel 13in rekening te brengen bedrag vanwege een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekvan een persoon niet langer in rekening kan brengen aan die persoon, brengt de toezichthouder het bedrag in rekening bij de persoon die bij die fusie het vermogen van eerstgenoemde persoon heeft verkregen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die in het kader van collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83, 84, of 90 van de Pensioenwetof artikel 91, 92,of 98 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingvermogen heeft overgedragen aan een andere persoon.
3. Indien een persoon als bedoeld in bijlage IVin afwikkeling wordt geplaatst en in dat kader vermogen overgaat, zal de toezichthouder een ingevolge artikel 13oorspronkelijk in rekening te brengen dan wel gebracht bedrag bij die persoon naar rato van de omvang van het vermogen dat is overgegaan, en rekening houdend met het tijdstip per wanneer de overgang van het vermogen heeft plaatsgevonden, verrekenen met de persoon die dat vermogen heeft verkregen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die in het kader van collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83, 84, of 90 van de Pensioenwetof artikel 91, 92,of 98 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingvermogen heeft overgedragen aan een andere persoon.
3. Indien een persoon als bedoeld in bijlage IVin afwikkeling wordt geplaatst en in dat kader vermogen overgaat, zal de toezichthouder een ingevolge artikel 13oorspronkelijk in rekening te brengen dan wel gebracht bedrag bij die persoon naar rato van de omvang van het vermogen dat is overgegaan, en rekening houdend met het tijdstip per wanneer de overgang van het vermogen heeft plaatsgevonden, verrekenen met de persoon die dat vermogen heeft verkregen.