BWBR0031719
Geldig vanaf 01-01-2027
Artikel 3d
Regeling Waadi
1. Degene die een aanvraag tot toelating, als bedoeld in artikel 12i van de wet, doet onderscheidenlijk de toegelaten uitlener doet het rapport, bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet, aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekken ten hoogste vijfenzeventig werkdagen na aanvang van de inspectie door de inspectie-instelling.
2. De toegelaten uitlener doet het rapport, bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet, elke 12 maanden aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekken gedurende de looptijd van de toelating.
3. Indien een toegelaten uitlener niet langer aan het normenkader voldoet, kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in afwijking van het tweede lid, op enig moment een toegelaten uitlener verplichten binnen zes maanden een rapport als bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet, te doen verstrekken.
2. De toegelaten uitlener doet het rapport, bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet, elke 12 maanden aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekken gedurende de looptijd van de toelating.
3. Indien een toegelaten uitlener niet langer aan het normenkader voldoet, kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in afwijking van het tweede lid, op enig moment een toegelaten uitlener verplichten binnen zes maanden een rapport als bedoeld in artikel 12r, eerste lid, van de wet, te doen verstrekken.
- Wet
- Regeling Waadi
- Citeren als
- Art. 3d
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031719
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl