BWBR0032091
Geldig vanaf 01-07-2021
Artikel 3
Wet op de verlening van bijstand aan de Europese Commissie bij controles en verificaties ter plaatse
1. Op de in artikel 2, vijfde lid, bedoelde functionarissen zijn de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
2. De artikelen 2:5 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een functionaris als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, toont desgevraagd een geldig identiteitsbewijs en een document waarin zijn hoedanigheid wordt vermeld.
4. Onze Minister die het aangaat is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde functionarissen.
2. De artikelen 2:5 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een functionaris als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, toont desgevraagd een geldig identiteitsbewijs en een document waarin zijn hoedanigheid wordt vermeld.
4. Onze Minister die het aangaat is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde functionarissen.
- Wet
- Wet op de verlening van bijstand aan de Europese Commissie bij controles en verificaties ter plaatse
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032091
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl