BWBR0032107
Geldig vanaf 14-10-2012
Artikel 2
Verordening PT AM Vrije Teelt Boomkwekerijproducten
1. Het is de ondernemer verboden om boomkwekerijgewassen en vaste planten te telen, indien de ondernemer niet beschikt over een officiële verklaring of label of een of meerdere beoordelingsrapporten, afgegeven door een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen keuringsdienst of een andere officiële instantie, waaruit blijkt dat:
a. het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel dat vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007 of;
b. het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel waarop gedurende de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I onder punt 1 van Richtlijn 2007/33/EG vermelde waardplanten zijn geteeld.
2. Het is de ondernemer verboden om boomkwekerijgewassen en vaste planten te produceren of in het verkeer te brengen, indien de ondernemer niet beschikt over een officiële verklaring of een of meerdere beoordelingsrapporten, afgegeven door een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen keuringsdienst of een andere officiële instantie, waaruit blijkt dat het perceel waarop dat teeltmateriaal en andere producten zijn of worden geproduceerd, vooraf vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007.
3. Een verklaring, label of een beoordelingsrapport zijn geldig tot de eerstvolgende aardappelteelt.
4. De ondernemer is verplicht de verklaring, het label of het beoordelingsrapport dan wel de beoordelingsrapporten op eerste vordering van de daartoe door het bestuur bij besluit aangewezen toezichthouder te tonen.
5. De ondernemer is verplicht de verklaring, het label of het beoordelingsrapport dan wel de beoordelingsrapporten tot de eerstvolgende aardappelteelt te bewaren.
a. het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel dat vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007 of;
b. het te gebruiken dan wel gebruikte teeltmateriaal is geproduceerd op een perceel waarop gedurende de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I onder punt 1 van Richtlijn 2007/33/EG vermelde waardplanten zijn geteeld.
2. Het is de ondernemer verboden om boomkwekerijgewassen en vaste planten te produceren of in het verkeer te brengen, indien de ondernemer niet beschikt over een officiële verklaring of een of meerdere beoordelingsrapporten, afgegeven door een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen keuringsdienst of een andere officiële instantie, waaruit blijkt dat het perceel waarop dat teeltmateriaal en andere producten zijn of worden geproduceerd, vooraf vrij is bevonden van aardappelmoeheid, overeenkomstig de methodiek zoals deze wordt voorgeschreven in bijlage II van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van 11 juni 2007.
3. Een verklaring, label of een beoordelingsrapport zijn geldig tot de eerstvolgende aardappelteelt.
4. De ondernemer is verplicht de verklaring, het label of het beoordelingsrapport dan wel de beoordelingsrapporten op eerste vordering van de daartoe door het bestuur bij besluit aangewezen toezichthouder te tonen.
5. De ondernemer is verplicht de verklaring, het label of het beoordelingsrapport dan wel de beoordelingsrapporten tot de eerstvolgende aardappelteelt te bewaren.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032107
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl