BWBR0032136
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 16
Besluit bewapening en uitrusting politie
1. Onze Minister kan het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 3, derde, vierde en vijfde lid, 4, vierde, vijfde en zesde lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, 6, zesde, zevende en achtste lid, 7, vierde, vijfde en zesde lid, en 17, derde, vierde en vijfde lid, aanwijzen.
2. Onze Minister kan regels stellen omtrent de uitrusting, bedoeld in het eerste lid.
3. Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
2. Onze Minister kan regels stellen omtrent de uitrusting, bedoeld in het eerste lid.
3. Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.