BWBR0032555
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 4
Subsidiereglement Creatieve Industrie
1. Voor het verkrijgen van een subsidie van het Stimuleringsfonds moet de aanvrager staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
2. Een subsidie kan slechts worden verleend:
a. indien er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan een subsidie, dat naar het oordeel van het Bestuur is aangetoond;
b. wanneer de aanvrager een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de door de aanvrager gestelde doeleinden zullen worden bereikt;
c. indien de aanvrager niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de subsidieverplichtingen van een project waaraan het Stimuleringsfonds een eerdere subsidie heeft verleend;
d. indien het Bestuur van het Stimuleringsfonds ervan overtuigd is dat het project voldoet aan de in artikel 1 van dit reglement opgenomen doelstelling;
e. indien de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor het project beschikbare financiële middelen, met inbegrip van het subsidie van het Stimuleringsfonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om het project in overeenstemming met de in dit reglement opgenomen voorwaarden uit te voeren;
f. indien het resultaat publiek wordt gemaakt.
3. Subsidies worden niet verleend aan:
a. instellingen die een structurele subsidierelatie hebben met de rijksoverheid;
b. projecten waarbij geen sprake is van een Nederlands belang;
c. projecten die een reprise of een herdruk betreffen;
d. seriële productie;
e. projecten die plaatsvinden in het kader van studie of opleiding;
f. projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project.
4. Er kan geen subsidie worden verleend voor:
a. projecten waar geen Deelregeling in voorziet;
b. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
c. aan instellingen voor hbo en universiteiten dan wel aan deze gelieerde organisaties verricht onderzoek;
d. studiereizen;
e. educatie;
f. exploitatietekorten;
g. haalbaarheidsonderzoeken;
h. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
i. het verwerven van eigendommen;
j. bouw- en restauratiekosten;
k. inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen;
l. projecten met een looptijd langer dan 24 maanden.
2. Een subsidie kan slechts worden verleend:
a. indien er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan een subsidie, dat naar het oordeel van het Bestuur is aangetoond;
b. wanneer de aanvrager een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de door de aanvrager gestelde doeleinden zullen worden bereikt;
c. indien de aanvrager niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de subsidieverplichtingen van een project waaraan het Stimuleringsfonds een eerdere subsidie heeft verleend;
d. indien het Bestuur van het Stimuleringsfonds ervan overtuigd is dat het project voldoet aan de in artikel 1 van dit reglement opgenomen doelstelling;
e. indien de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor het project beschikbare financiële middelen, met inbegrip van het subsidie van het Stimuleringsfonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om het project in overeenstemming met de in dit reglement opgenomen voorwaarden uit te voeren;
f. indien het resultaat publiek wordt gemaakt.
3. Subsidies worden niet verleend aan:
a. instellingen die een structurele subsidierelatie hebben met de rijksoverheid;
b. projecten waarbij geen sprake is van een Nederlands belang;
c. projecten die een reprise of een herdruk betreffen;
d. seriële productie;
e. projecten die plaatsvinden in het kader van studie of opleiding;
f. projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project.
4. Er kan geen subsidie worden verleend voor:
a. projecten waar geen Deelregeling in voorziet;
b. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
c. aan instellingen voor hbo en universiteiten dan wel aan deze gelieerde organisaties verricht onderzoek;
d. studiereizen;
e. educatie;
f. exploitatietekorten;
g. haalbaarheidsonderzoeken;
h. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
i. het verwerven van eigendommen;
j. bouw- en restauratiekosten;
k. inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen;
l. projecten met een looptijd langer dan 24 maanden.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032555
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl