BWBR0032626
Geldig vanaf 2021-04-12
Artikel 8.1
Regeling diergeneesmiddelen
1. De aanvrager van een vergunning voor het in handel brengen van een diergeneesmiddel draagt er zorg voor dat één of meer monsters van het betrokken diergeneesmiddel, van de werkzame stof of stoffen, dan wel, in voorkomend geval, van de tussenproducten of van andere bestanddelen tijdens de behandeling van de aanvraag om een vergunning voor het in handel brengen van een diergeneesmiddel voor de beoordeling van het diergeneesmiddel beschikbaar zijn.
2. Het diergeneesmiddel wordt op verzoek van de minister binnen vijf weken gezonden aan een voor onderzoek door de minister aangewezen laboratorium.
2. Het diergeneesmiddel wordt op verzoek van de minister binnen vijf weken gezonden aan een voor onderzoek door de minister aangewezen laboratorium.