BWBR0032687
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 2
Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie en Erfgoedinstellingen
1. Een bijdrage kan worden verstrekt aan in Nederland gevestigde instellingen die een professioneel presentieplatform zijn en die tot primair doel hebben hedendaagse beeldende kunst of cultureel erfgoed te presenteren.
2. Een aanvraag kan worden ingediend voor een meerjarig programma dat bestaat uit een serie van inhoudelijk samenhangende activiteiten die zich richten op presentatie en experiment dat wordt uitgevoerd door een instelling, maar niet plaatsgebonden hoeft te zijn.
3. Geen bijdrage wordt toegekend aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs, sectorinstituten zonder museale functie en instellingen die reeds met cultuurmiddelen van de Rijksoverheid worden gefinancierd.
4. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient deze artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid geïntegreerd te zijn in de praktijk van de professionele beeldende kunst in Nederland.
5. De in het vierde lid bedoelde kunstenaar dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en minimaal één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
6. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient de financiële bijdrage die de aanvrager levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds.
7. Geen bijdrage wordt toegekend voor bouwkundige voorzieningen, voor behoud van monumenten, voor opgraving van archeologische objecten die een overwegend toeristisch karakter hebben en voor documentaires die geen deel uitmaken van een meeromvattende activiteit.
8. In de toelichting bij het aanvraagformulier is het minimale bedrag van de bijdrage en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.
9. Een bijdrage in de kosten van vaste lasten kan uitsluitend worden verleend aan presentatie-instellingen.
2. Een aanvraag kan worden ingediend voor een meerjarig programma dat bestaat uit een serie van inhoudelijk samenhangende activiteiten die zich richten op presentatie en experiment dat wordt uitgevoerd door een instelling, maar niet plaatsgebonden hoeft te zijn.
3. Geen bijdrage wordt toegekend aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs, sectorinstituten zonder museale functie en instellingen die reeds met cultuurmiddelen van de Rijksoverheid worden gefinancierd.
4. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient deze artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid geïntegreerd te zijn in de praktijk van de professionele beeldende kunst in Nederland.
5. De in het vierde lid bedoelde kunstenaar dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en minimaal één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
6. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient de financiële bijdrage die de aanvrager levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds.
7. Geen bijdrage wordt toegekend voor bouwkundige voorzieningen, voor behoud van monumenten, voor opgraving van archeologische objecten die een overwegend toeristisch karakter hebben en voor documentaires die geen deel uitmaken van een meeromvattende activiteit.
8. In de toelichting bij het aanvraagformulier is het minimale bedrag van de bijdrage en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.
9. Een bijdrage in de kosten van vaste lasten kan uitsluitend worden verleend aan presentatie-instellingen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032687
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl