BWBR0032689
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 4
Deelregeling Collectiemobiliteit
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor selectie of afstoot van (deel)collecties geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het cultuurhistorische belang van de collectie en de relevantie van herplaatsing van een collectie of een deel daarvan voor het publiek.
2. Daarbij betrekt het de volgende aspecten in zijn oordeel:
a. het belang voor de Collectie Nederland,
b. het belang voor de ontvangende collectie, het belang en de reputatie van de aanvragende en afstotende instelling,
c. de kwaliteit van het presentatieplan en de mate van zichtbaarheid.
3. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
5. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
6. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte de toe te kennen financiële bijdrage.
7. Het bestuur kan het bevoegde adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, tweede lid. Alsdan onderbouwt het adviesorgaan zijn prioritering.
2. Daarbij betrekt het de volgende aspecten in zijn oordeel:
a. het belang voor de Collectie Nederland,
b. het belang voor de ontvangende collectie, het belang en de reputatie van de aanvragende en afstotende instelling,
c. de kwaliteit van het presentatieplan en de mate van zichtbaarheid.
3. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
5. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
6. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte de toe te kennen financiële bijdrage.
7. Het bestuur kan het bevoegde adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, tweede lid. Alsdan onderbouwt het adviesorgaan zijn prioritering.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032689
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl