BWBR0032691
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 2
Deelregeling Flexibele Projectinvestering Presentatie en Erfgoed Instellingen
1. Bijdragen kunnen in de vorm van een financiële tegemoetkoming worden verstrekt aan Nederlandse publiekstoegankelijke culturele instellingen, al dan niet na een aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar, instelling, bemiddelaar of een andere partij.
2. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient deze artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en/of het cultureel erfgoed en in die hoedanigheid geïntegreerd te zijn in de professionele praktijk van beeldende kunst of cultureel erfgoed in Nederland.
3. De in het tweede lid bedoelde kunstenaar dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en ten minste één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
4. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient de financiële bijdrage die de aanvrager levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds.
5. Geen tegemoetkoming kan verstrekt worden voor tijdschriften en publicaties, tenzij deze publicatie een buitengewoon karakter heeft en de toelichting bij het aanvraagformulier die mogelijkheid vermeldt.
6. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.
7. Geen tegemoetkoming kan worden verstrekt voor bouwkundige voorzieningen, voor behoud van monumenten, voor opgraving van archeologische objecten, voor projecten die een overwegend toeristisch karakter hebben en voor projecten die betrekking hebben op documentaires die geen deel uitmaken van een meeromvattende activiteit.
8. In de toelichting bij het aanvraagformulier is het minimale bedrag van de tegemoetkoming en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.
2. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient deze artistiek inhoudelijk actief te zijn in de beeldende kunsten en/of het cultureel erfgoed en in die hoedanigheid geïntegreerd te zijn in de professionele praktijk van beeldende kunst of cultureel erfgoed in Nederland.
3. De in het tweede lid bedoelde kunstenaar dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en ten minste één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
4. Indien de aanvraag gezamenlijk met een kunstenaar wordt ingediend dient de financiële bijdrage die de aanvrager levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds.
5. Geen tegemoetkoming kan verstrekt worden voor tijdschriften en publicaties, tenzij deze publicatie een buitengewoon karakter heeft en de toelichting bij het aanvraagformulier die mogelijkheid vermeldt.
6. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt aan instellingen die gericht zijn op het kunstvakonderwijs en sectorinstituten zonder museale functie.
7. Geen tegemoetkoming kan worden verstrekt voor bouwkundige voorzieningen, voor behoud van monumenten, voor opgraving van archeologische objecten, voor projecten die een overwegend toeristisch karakter hebben en voor projecten die betrekking hebben op documentaires die geen deel uitmaken van een meeromvattende activiteit.
8. In de toelichting bij het aanvraagformulier is het minimale bedrag van de tegemoetkoming en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032691
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl