BWBR0032693
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 4
Deelregeling Presentaties Buitenland
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een presentatie buitenland dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over het belang van het voorstel voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd in onderlinge samenhang:
• het belang en de internationale reputatie van de presenterende instelling zoals dat tot uitdrukking komt in de kwaliteit van de programmering, het publieksbereik (zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht),
• het belang van het oordeel over de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan, het plan en het oordeel over aspecten van het cultureel ondernemerschap,
• het belang van de presentatie, waarbij het belang van het tonen van dit werk van deze specifieke kunstenaar met deze specifieke expositie meegewogen kan worden.
2. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage alsmede over de periode waarvoor deze verstrekt wordt.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Alsdan onderbouwt het zijn prioritering.
• het belang en de internationale reputatie van de presenterende instelling zoals dat tot uitdrukking komt in de kwaliteit van de programmering, het publieksbereik (zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht),
• het belang van het oordeel over de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan, het plan en het oordeel over aspecten van het cultureel ondernemerschap,
• het belang van de presentatie, waarbij het belang van het tonen van dit werk van deze specifieke kunstenaar met deze specifieke expositie meegewogen kan worden.
2. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage alsmede over de periode waarvoor deze verstrekt wordt.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Alsdan onderbouwt het zijn prioritering.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032693
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl