BWBR0032694
Geldig vanaf 02-11-2013
Artikel 4
Deelregeling Collectieprogramma’s
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een aankoopprogramma geeft het bevoegde adviesorgaan een oordeel over het belang van het collectie- en aankoopplan voor de beeldende kunst en/of de vormgeving en de collectie Nederland en de relevantie daarvan voor het publiek.
2. Daarbij betrekt het de volgende aspecten in zijn oordeel:
a. het belang van het collectie- en aankoopplan voor de Collectie Nederland
b. het belang van het collectie- en aankoopplan in relatie tot de collectie van de instelling in samenhang met de collectie van andere instellingen
c. het belang en de reputatie van de aanvragende instelling
d. de kwaliteit van de presentatieplannen; de mate van zichtbaarheid voor het publiek
3. indien van toepassing het oordeel over de kwaliteit van het werk van de kunstenaar, zijn plannen, en cultureel ondernemerschap waaronder de mate waarin hij een publiek weet te vinden en binden.
4. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.
5. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
6. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voorzover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
7. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte de toe te kennen bijdrage.
8. Het bestuur kan het bevoegde adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, tweede lid en om die prioritering te onderbouwen.
2. Daarbij betrekt het de volgende aspecten in zijn oordeel:
a. het belang van het collectie- en aankoopplan voor de Collectie Nederland
b. het belang van het collectie- en aankoopplan in relatie tot de collectie van de instelling in samenhang met de collectie van andere instellingen
c. het belang en de reputatie van de aanvragende instelling
d. de kwaliteit van de presentatieplannen; de mate van zichtbaarheid voor het publiek
3. indien van toepassing het oordeel over de kwaliteit van het werk van de kunstenaar, zijn plannen, en cultureel ondernemerschap waaronder de mate waarin hij een publiek weet te vinden en binden.
4. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.
5. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
6. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voorzover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
7. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte de toe te kennen bijdrage.
8. Het bestuur kan het bevoegde adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, tweede lid en om die prioritering te onderbouwen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032694
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl