BWBR0032697
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 4
Deelregeling Incidentele Aankopen
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een incidentele aankoop geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het cultuurhistorische belang van de aankoop en de relevantie daarvan voor het publiek. Daarbij betrekt zij de volgende aspecten in haar oordeel:
• het belang van de aankoop voor de Collectie Nederland,
• het belang van de aankoop voor de specifieke collectie,
• het belang en de reputatie van de aanvragende instelling,
• de kwaliteit van het presentatieplan en de mate van zichtbaarheid.
2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voorzover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
5. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte de het toe te kennen financiële bijdrage.
6. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, het tweede lid. Alsdan onderbouwt het adviesorgaan zijn prioritering.
• het belang van de aankoop voor de Collectie Nederland,
• het belang van de aankoop voor de specifieke collectie,
• het belang en de reputatie van de aanvragende instelling,
• de kwaliteit van het presentatieplan en de mate van zichtbaarheid.
2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid en voorzover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.
5. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte de het toe te kennen financiële bijdrage.
6. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, het tweede lid. Alsdan onderbouwt het adviesorgaan zijn prioritering.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032697
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl