BWBR0032748
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 3
Tarievenbesluit Ctgb 2012
3.1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 zijn aanvragen als bedoeld in artikel 28 van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is, de volgende kosten en tarieven verschuldigd:
a) Indien op verzoek van de aanvrager ter voorbereiding op het indienen van een aanvraag tot toelating een pre-submission fase is georganiseerd: € 10.000,–
b) Een door het college vast te stellen voorschot voor de behandeling van een aanvraag
c) De op basis van nacalculatie in rekening gebrachte werkelijke kosten in het kader van hetgeen in dit lid, onder a en b is beschreven, door het Ctgb vastgesteld nadat het Ctgb een besluit op de aanvraag heeft genomen
d) Paragraaf 2.2: is niet van toepassing.
3.2. De werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in dit besluit, worden berekend aan de hand van:
a) het voor het betreffende boekjaar vastgestelde uurtarief, vermenigvuldigd met het aantal door het Ctgb bestede uren.
b) Het uurtarief voor 2012 bedraagt € 107,–.
c) De kosten van door het Ctgb in het kader van de behandeling van de aanvraag ingeschakelde derden, inclusief de door het Ctgb aan die derden betaalde BTW.
3.3. Het bepaalde onder 3.1en 3.2 is voorts van overeenkomstige toepassing op de volgende aanvraagvormen:
a) Aanvragen tot een voorlopige toelating zoals bedoeld in artikel 30 van de verordening
b) Aanvragen tot verlenging van goedkeuring van een werkzame stof of van een toelating als bedoeld in respectievelijk artikel 14 en artikel 43 van de verordening
c) Europese dan wel zonale aanvragen tot wijziging van de toelating zoals bedoeld in artikel 33 alsmede 45 van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
d) Europese aanvragen voor middelen voor alleen kastoepassingen op basis van artikel 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
e) Europese aanvragen voor middelen ter behandeling van zaaizaad op basis van art 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is.
f) Europese aanvragen voor middelen ter behandeling na de oogst op basis van art 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
g) Europese aanvragen voor middelen ter behandeling van lege opslagruimten op basis van artikel 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
h) Aanvragen tot herregistratie als bedoeld in artikel 80, vijfde lid van de verordening i. waarbij de aanvrager ervoor heeft gekozen om deze vrijwillig in een zonale samenwerkingsstructuur te laten behandelen en
ii. waarbij het Ctgb als rapporteur optreedt.
i. waarbij de aanvrager ervoor heeft gekozen om deze vrijwillig in een zonale samenwerkingsstructuur te laten behandelen en
ii. waarbij het Ctgb als rapporteur optreedt.
3.4. Het bepaalde in 3.1 en 3.2 is eveneens van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen op basis van micro-organismen, plantenextracten, feromonen en vergelijkbare stoffen, met dien verstande dat het voorschot voor de aanvraagbehandeling als bedoeld in artikel 3.1, onder b) € 25.000,– bedraagt.
3.5. In afwijking van artikel 3.1 geldt voor aanvragen tot toelating van gewasbeschermingsmiddelen die identiek zijn aan een in Nederland al toegelaten gewasbeschermingsmiddel, een tarief ter hoogte van € 1.498,– voor aanvragen tot toelating, indien sinds de toelating van het eerder toegelaten gewasbeschermingsmiddel het relevante wettelijke en wetenschappelijke beoordelingskader, waaronder begrepen de relevante stand van wetenschap en techniek, volkomen ongewijzigd is.
a) Indien op verzoek van de aanvrager ter voorbereiding op het indienen van een aanvraag tot toelating een pre-submission fase is georganiseerd: € 10.000,–
b) Een door het college vast te stellen voorschot voor de behandeling van een aanvraag
c) De op basis van nacalculatie in rekening gebrachte werkelijke kosten in het kader van hetgeen in dit lid, onder a en b is beschreven, door het Ctgb vastgesteld nadat het Ctgb een besluit op de aanvraag heeft genomen
d) Paragraaf 2.2: is niet van toepassing.
3.2. De werkelijk gemaakte kosten, bedoeld in dit besluit, worden berekend aan de hand van:
a) het voor het betreffende boekjaar vastgestelde uurtarief, vermenigvuldigd met het aantal door het Ctgb bestede uren.
b) Het uurtarief voor 2012 bedraagt € 107,–.
c) De kosten van door het Ctgb in het kader van de behandeling van de aanvraag ingeschakelde derden, inclusief de door het Ctgb aan die derden betaalde BTW.
3.3. Het bepaalde onder 3.1en 3.2 is voorts van overeenkomstige toepassing op de volgende aanvraagvormen:
a) Aanvragen tot een voorlopige toelating zoals bedoeld in artikel 30 van de verordening
b) Aanvragen tot verlenging van goedkeuring van een werkzame stof of van een toelating als bedoeld in respectievelijk artikel 14 en artikel 43 van de verordening
c) Europese dan wel zonale aanvragen tot wijziging van de toelating zoals bedoeld in artikel 33 alsmede 45 van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
d) Europese aanvragen voor middelen voor alleen kastoepassingen op basis van artikel 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
e) Europese aanvragen voor middelen ter behandeling van zaaizaad op basis van art 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is.
f) Europese aanvragen voor middelen ter behandeling na de oogst op basis van art 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
g) Europese aanvragen voor middelen ter behandeling van lege opslagruimten op basis van artikel 33, tweede lid, onder b van de verordening, waarbij het Ctgb de onderzoekende lidstaat als bedoeld in artikel 35 van de verordening is
h) Aanvragen tot herregistratie als bedoeld in artikel 80, vijfde lid van de verordening i. waarbij de aanvrager ervoor heeft gekozen om deze vrijwillig in een zonale samenwerkingsstructuur te laten behandelen en
ii. waarbij het Ctgb als rapporteur optreedt.
i. waarbij de aanvrager ervoor heeft gekozen om deze vrijwillig in een zonale samenwerkingsstructuur te laten behandelen en
ii. waarbij het Ctgb als rapporteur optreedt.
3.4. Het bepaalde in 3.1 en 3.2 is eveneens van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen op basis van micro-organismen, plantenextracten, feromonen en vergelijkbare stoffen, met dien verstande dat het voorschot voor de aanvraagbehandeling als bedoeld in artikel 3.1, onder b) € 25.000,– bedraagt.
3.5. In afwijking van artikel 3.1 geldt voor aanvragen tot toelating van gewasbeschermingsmiddelen die identiek zijn aan een in Nederland al toegelaten gewasbeschermingsmiddel, een tarief ter hoogte van € 1.498,– voor aanvragen tot toelating, indien sinds de toelating van het eerder toegelaten gewasbeschermingsmiddel het relevante wettelijke en wetenschappelijke beoordelingskader, waaronder begrepen de relevante stand van wetenschap en techniek, volkomen ongewijzigd is.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032748
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl