BWBR0032859
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 1.4
Regeling Versterking Actieve Cultuurparticipatie Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016
1. Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:
a) als de aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangt;
b) als de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds een meerjarige subsidie ontvangt van een van de rijkscultuurfondsen;
c) als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
d) als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot bestuur, toezicht en transparante verantwoording als bedoeld in de Code Cultural Governance, welke voor het eerst is vastgesteld in 2006;
e) als de aanvraag afkomstig is van een onderwijsinstelling,uitgeverij of omroep organisatie;
f) als de aanvraag onvoldoende aantoonbaar maakt dat er sprake zal zijn van inhoudelijke of organisatorische ontwikkeling danwel onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
g) als de aanvraag redelijkerwijs gefinancierd kan worden uit het reguliere taakstellingbudget van de aanvrager danwel het activiteiten betreft die tot de reguliere taakstelling van de aanvrager horen;
h) als de aanvraag overwegend receptieve of journalistieke activiteiten bevat;
i) als de aanvraag primair gericht is op het realiseren van een beeld- of geluid registratie van bijvoorbeeld concerten en voorstellingen danwel tot doel heeft subsidie te verwerven voor investeringen in bedrijfsmiddelen of bouwkundige voorzieningen;
j) als de aanvraag korter dan drie maanden voor de start van het project wordt ingediend of als de aanvraag afkomstig is van een aanvrager aan wie het in artikel 4.5, 5.5 en 6.5 gemaximeerde aantal keren projectsubsidie is toegekend;
k) als de aanvraag niet aansluit bij de prioritaire thema’s en vraagstukken die in een specifieke aanvraagronde gebruikt worden.
2. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
a) als de aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangt;
b) als de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds een meerjarige subsidie ontvangt van een van de rijkscultuurfondsen;
c) als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
d) als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot bestuur, toezicht en transparante verantwoording als bedoeld in de Code Cultural Governance, welke voor het eerst is vastgesteld in 2006;
e) als de aanvraag afkomstig is van een onderwijsinstelling,uitgeverij of omroep organisatie;
f) als de aanvraag onvoldoende aantoonbaar maakt dat er sprake zal zijn van inhoudelijke of organisatorische ontwikkeling danwel onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
g) als de aanvraag redelijkerwijs gefinancierd kan worden uit het reguliere taakstellingbudget van de aanvrager danwel het activiteiten betreft die tot de reguliere taakstelling van de aanvrager horen;
h) als de aanvraag overwegend receptieve of journalistieke activiteiten bevat;
i) als de aanvraag primair gericht is op het realiseren van een beeld- of geluid registratie van bijvoorbeeld concerten en voorstellingen danwel tot doel heeft subsidie te verwerven voor investeringen in bedrijfsmiddelen of bouwkundige voorzieningen;
j) als de aanvraag korter dan drie maanden voor de start van het project wordt ingediend of als de aanvraag afkomstig is van een aanvrager aan wie het in artikel 4.5, 5.5 en 6.5 gemaximeerde aantal keren projectsubsidie is toegekend;
k) als de aanvraag niet aansluit bij de prioritaire thema’s en vraagstukken die in een specifieke aanvraagronde gebruikt worden.
2. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.
- Citeren als
- Art. 1.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032859
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl