BWBR0032861
Geldig vanaf 26-11-2014
Artikel 1.8
Deelregeling stimulering cultuureducatie in het VMBO Fonds voor Cultuurparticipatie
1. Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend voor het uitvoeren van een project:
− met een looptijd van twee schooljaren, startend in het eerstvolgende schooljaar na indiening van de aanvraag, en
– dat is gericht op een doorgaande leerlijn, waarbij een intensieve samenwerking tussen culturele instelling en één of meerdere scholen de basis vormt en
− dat wordt opgezet en uitgevoerd in samenwerking met ten minste één school voor VMBO, en
− dat wordt gemonitord en geëvalueerd.
2. Gehonoreerden uit de eerste ronde kunnen een aanvraag indienen voor de tweede ronde indien het plan een andere aanpak betreft dan het eerste plan danwel een vervolgplan is waarbij de uitkomsten van het eerder uitgevoerde plan, het beginpunt zijn voor het vervolgplan.
3. Indien aan het voorgaande niet wordt voldaan wordt subsidie geweigerd zonder een verdere inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.
4. Een aanvrager zendt bij de aanvraag ten minste één samenwerkingsovereenkomst mee waaruit de samenwerking met een school blijkt. In de samenwerkingsovereenkomst dient in ieder geval het volgende te worden vastgelegd:
– het doel van de samenwerking;
– afspraken over taken en verantwoordelijkheden van de betrokken personen tijdens de ontwikkeling en uitvoering van de activiteiten;
– de wijze van ondersteuning door de directie en het bestuur;
– op welke wijze en momenten afstemming plaatsvindt, en
– afspraken over de inzet van uren en financiële middelen.
− met een looptijd van twee schooljaren, startend in het eerstvolgende schooljaar na indiening van de aanvraag, en
– dat is gericht op een doorgaande leerlijn, waarbij een intensieve samenwerking tussen culturele instelling en één of meerdere scholen de basis vormt en
− dat wordt opgezet en uitgevoerd in samenwerking met ten minste één school voor VMBO, en
− dat wordt gemonitord en geëvalueerd.
2. Gehonoreerden uit de eerste ronde kunnen een aanvraag indienen voor de tweede ronde indien het plan een andere aanpak betreft dan het eerste plan danwel een vervolgplan is waarbij de uitkomsten van het eerder uitgevoerde plan, het beginpunt zijn voor het vervolgplan.
3. Indien aan het voorgaande niet wordt voldaan wordt subsidie geweigerd zonder een verdere inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.
4. Een aanvrager zendt bij de aanvraag ten minste één samenwerkingsovereenkomst mee waaruit de samenwerking met een school blijkt. In de samenwerkingsovereenkomst dient in ieder geval het volgende te worden vastgelegd:
– het doel van de samenwerking;
– afspraken over taken en verantwoordelijkheden van de betrokken personen tijdens de ontwikkeling en uitvoering van de activiteiten;
– de wijze van ondersteuning door de directie en het bestuur;
– op welke wijze en momenten afstemming plaatsvindt, en
– afspraken over de inzet van uren en financiële middelen.
- Citeren als
- Art. 1.8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032861
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl