BWBR0033052
Geldig vanaf 01-04-2013
Artikel 5
Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2013
1. Een incidentele ontheffing kan worden verleend voor één bepaalde route en voor maximaal 4 voertuigen of 4 samenstellen van voertuigen, mits de kentekens van de voertuigen of samenstellen van voertuigen op het aanvraagformulier zijn vermeld.
2. Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal twee weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar.
3. Incidentele projectontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, kunnen slechts worden verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over één bepaalde route moeten worden uitgevoerd. Een projectontheffing met een geldigheidsduur van zes weken of meer wordt slechts verleend voor een exceptioneel transport indien:
a. de breedte niet meer bedraagt dan 4,50 meter, of
b. de lengte niet meer bedraagt dan 60 meter, of
c. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,50 meter.
4. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen voor een bepaalde bestemming slechts worden verleend indien:
a. de aanvrager in het bezit is van een langlopende basisontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
b. de aangevraagde route, mits dit de meest doelmatige route is, niet meer dan 15 kilometer bedraagt en geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
c. de aanvraag de artikel 4, tweede lid, onder a tot en met e, genoemde maten en gewichten niet overschrijd.
5. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen tevens als opstapontheffing worden verleend indien de aangevraagde route:
a. geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
b. mits het de meest veilige en doelmatige route is, deze route niet meer dan 15 kilometer bedraagt, en
c. wegen of weggedeeltes onder beheer van niet meer dan twee wegbeheerders betreft.
2. Incidentele ontheffingen kunnen worden verleend met een geldigheidsduur van:
a. maximaal twee weken, of
b. maximaal drie maanden, of
c. maximaal 1 jaar.
3. Incidentele projectontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, kunnen slechts worden verleend indien meerdere identieke exceptionele transporten door dezelfde transporteur gedurende een bepaalde en beperkte periode over één bepaalde route moeten worden uitgevoerd. Een projectontheffing met een geldigheidsduur van zes weken of meer wordt slechts verleend voor een exceptioneel transport indien:
a. de breedte niet meer bedraagt dan 4,50 meter, of
b. de lengte niet meer bedraagt dan 60 meter, of
c. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,50 meter.
4. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen voor een bepaalde bestemming slechts worden verleend indien:
a. de aanvrager in het bezit is van een langlopende basisontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
b. de aangevraagde route, mits dit de meest doelmatige route is, niet meer dan 15 kilometer bedraagt en geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
c. de aanvraag de artikel 4, tweede lid, onder a tot en met e, genoemde maten en gewichten niet overschrijd.
5. Incidentele ontheffingen als bedoeld in het tweede lid, onder c, kunnen tevens als opstapontheffing worden verleend indien de aangevraagde route:
a. geen betrekking heeft op autosnelwegen onder beheer van het Rijk, en
b. mits het de meest veilige en doelmatige route is, deze route niet meer dan 15 kilometer bedraagt, en
c. wegen of weggedeeltes onder beheer van niet meer dan twee wegbeheerders betreft.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033052
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl