BWBR0033071
Geldig vanaf 03-12-2004
Artikel 7
Procedureoverzicht Boeteoplegging OPTA 2004
Indien de belanghebbende kiest voor een hoorzitting om zijn zienswijze ter kennis van het college te brengen, dan wel indien het college de belanghebbende uitnodigt voor een hoorzitting zonder dat de belanghebbende daarom heeft gevraagd, is het navolgende van belang.
Voorafgaand aan de hoorzitting kan het college vragen doen toekomen die ter zitting gesteld kunnen worden.
De uitnodiging voor de hoorzitting wordt uiterlijk tien werkdagen voor de datum van de hoorzitting verstuurd. Wanneer de belanghebbende nadere gegevens en/of bescheiden wenst in te dienen dan kan dit geschieden tot vijf werkdagen voor de hoorzitting. Uiterlijk zeven werkdagen voor de zitting kan de belanghebbende meedelen of en zo ja door wie hij zich ter zitting wenst te laten bijstaan, een en ander onder vermelding van de functie van die personen.
Partijen worden ter zitting gehoord door een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van het college. De zitting wordt door de voorzitter geopend, geleid en gesloten. Zowel de voorzitter als de overige leden van de commissie kunnen vragen stellen.
Partijen kunnen ter zitting getuigen en deskundigen meebrengen ten einde hen te laten horen. Van deze gelegenheid kan een partij slechts gebruik maken indien de namen van deze personen aan het college zijn meegedeeld. In aanvulling daarop dient te worden vermeld in verband met welke specifieke kwestie deze personen als getuigen of deskundigen optreden. Het horen van getuigen en deskundigen vindt op dezelfde wijze plaats als het hierboven beschreven horen van partijen. Het college kan ook zelf getuigen en deskundigen oproepen.
Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het college stelt het verslag van de hoorzitting ter beschikking aan de belanghebbende, behoudens voor zover de daarin vervatte informatie als vertrouwelijk moet worden beschouwd.
Van een vastgestelde datum voor een hoorzitting wordt slechts afgeweken indien de belanghebbende wegens gewichtige redenen verhinderd is te verschijnen voor de hoorzitting. Een verzoek om uitstel van de hoorzitting kan uitsluitend gemotiveerd en uiterlijk vijf werkdagen voor de geplande hoorzitting ingediend worden.
Tijdens de hoorzitting kan blijken dat de belanghebbende alsnog gegevens, bescheiden of inlichtingen belanghebbende dient of wenst te verstrekken. In een dergelijk geval deelt het college zo spoedig mogelijk na de hoorzitting mee binnen welke termijn de belanghebbende de ontbrekende gegevens, bescheiden of inlichtingen moet of mag verstrekken.
Eveneens zo spoedig mogelijk na de hoorzitting doch uiterlijk twaalf weken na het opmaken van het boeterapport deelt het college mee op welke wijze de procedure wordt afgerond.
Voorafgaand aan de hoorzitting kan het college vragen doen toekomen die ter zitting gesteld kunnen worden.
De uitnodiging voor de hoorzitting wordt uiterlijk tien werkdagen voor de datum van de hoorzitting verstuurd. Wanneer de belanghebbende nadere gegevens en/of bescheiden wenst in te dienen dan kan dit geschieden tot vijf werkdagen voor de hoorzitting. Uiterlijk zeven werkdagen voor de zitting kan de belanghebbende meedelen of en zo ja door wie hij zich ter zitting wenst te laten bijstaan, een en ander onder vermelding van de functie van die personen.
Partijen worden ter zitting gehoord door een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van het college. De zitting wordt door de voorzitter geopend, geleid en gesloten. Zowel de voorzitter als de overige leden van de commissie kunnen vragen stellen.
Partijen kunnen ter zitting getuigen en deskundigen meebrengen ten einde hen te laten horen. Van deze gelegenheid kan een partij slechts gebruik maken indien de namen van deze personen aan het college zijn meegedeeld. In aanvulling daarop dient te worden vermeld in verband met welke specifieke kwestie deze personen als getuigen of deskundigen optreden. Het horen van getuigen en deskundigen vindt op dezelfde wijze plaats als het hierboven beschreven horen van partijen. Het college kan ook zelf getuigen en deskundigen oproepen.
Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het college stelt het verslag van de hoorzitting ter beschikking aan de belanghebbende, behoudens voor zover de daarin vervatte informatie als vertrouwelijk moet worden beschouwd.
Van een vastgestelde datum voor een hoorzitting wordt slechts afgeweken indien de belanghebbende wegens gewichtige redenen verhinderd is te verschijnen voor de hoorzitting. Een verzoek om uitstel van de hoorzitting kan uitsluitend gemotiveerd en uiterlijk vijf werkdagen voor de geplande hoorzitting ingediend worden.
Tijdens de hoorzitting kan blijken dat de belanghebbende alsnog gegevens, bescheiden of inlichtingen belanghebbende dient of wenst te verstrekken. In een dergelijk geval deelt het college zo spoedig mogelijk na de hoorzitting mee binnen welke termijn de belanghebbende de ontbrekende gegevens, bescheiden of inlichtingen moet of mag verstrekken.
Eveneens zo spoedig mogelijk na de hoorzitting doch uiterlijk twaalf weken na het opmaken van het boeterapport deelt het college mee op welke wijze de procedure wordt afgerond.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033071
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl