BWBR0033150
Geldig vanaf 28-11-2012
Artikel 3
Reglement bezwaaradviescommissie NRGD – Versie 1.0/24.03.2011
1. Een bezwaaradviescommissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en ten minste twee leden of voormalig leden van de toetsingsadviescommissie, waarvan in ieder geval een vakdeskundige uit het desbetreffende deskundigheidsgebied van de belanghebbende.
2. De voorzitter is een ervaren jurist, die geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van het College.
3. Een bezwaaradviescommissie wordt ondersteund door een secretaris. De secretaris heeft geen zitting in een bezwaaradviescommissie.
4. Afhankelijk van het deskundigheidsgebied en de bezwaren van de belanghebbende stelt de voorzitter in overleg met de secretaris een bezwaaradviescommissie op maat samen.
5. Leden of voormalig leden van de toetsingsadviescommissie, die betrokken zijn geweest bij de beslissing op aanvraag tot inschrijving of herinschrijving in het register of de beslissing tot doorhaling, nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift.
6. In afwijking van het tweede lid bestaat, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 10 aanhef en onder a en d, een bezwaaradviescommissie uit een voorzitter en ten minste twee leden.
Om een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift te waarborgen, bestaat een bezwaaradviescommissie in ieder geval uit een vakdeskundige en, indien de bezwaren daarom vragen, uit twee vakdeskundigen uit het desbetreffende deskundigheidsgebied. Hierbij gaat het om leden of voormalig leden van de toetsingsadviescommissie, die vanuit deze adviesfunctie goed bekend zijn met de registratie-eisen, zoals die door het College zijn vastgesteld.
Als waarborg voor een objectieve beoordeling van het bezwaarschrift, heeft een bezwaaradviescommissie een onafhankelijke voorzitter. Daarnaast is uitgesloten dat leden van de toetsingsadviescommissie die betrokken zijn geweest bij de beslissing tot inschrijving in het register of de beslissing tot doorhaling, deelnemen aan de behandeling van een bezwaarschrift. Bovendien geldt dat de voorzitter of de leden niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding is (zie artikel 11).
Het zesde lid heeft betrekking op die gevallen waarin voor het afdoen van het bezwaarschrift geen specifieke vakdeskundigheid is vereist.
2. De voorzitter is een ervaren jurist, die geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van het College.
3. Een bezwaaradviescommissie wordt ondersteund door een secretaris. De secretaris heeft geen zitting in een bezwaaradviescommissie.
4. Afhankelijk van het deskundigheidsgebied en de bezwaren van de belanghebbende stelt de voorzitter in overleg met de secretaris een bezwaaradviescommissie op maat samen.
5. Leden of voormalig leden van de toetsingsadviescommissie, die betrokken zijn geweest bij de beslissing op aanvraag tot inschrijving of herinschrijving in het register of de beslissing tot doorhaling, nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift.
6. In afwijking van het tweede lid bestaat, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 10 aanhef en onder a en d, een bezwaaradviescommissie uit een voorzitter en ten minste twee leden.
Om een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift te waarborgen, bestaat een bezwaaradviescommissie in ieder geval uit een vakdeskundige en, indien de bezwaren daarom vragen, uit twee vakdeskundigen uit het desbetreffende deskundigheidsgebied. Hierbij gaat het om leden of voormalig leden van de toetsingsadviescommissie, die vanuit deze adviesfunctie goed bekend zijn met de registratie-eisen, zoals die door het College zijn vastgesteld.
Als waarborg voor een objectieve beoordeling van het bezwaarschrift, heeft een bezwaaradviescommissie een onafhankelijke voorzitter. Daarnaast is uitgesloten dat leden van de toetsingsadviescommissie die betrokken zijn geweest bij de beslissing tot inschrijving in het register of de beslissing tot doorhaling, deelnemen aan de behandeling van een bezwaarschrift. Bovendien geldt dat de voorzitter of de leden niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding is (zie artikel 11).
Het zesde lid heeft betrekking op die gevallen waarin voor het afdoen van het bezwaarschrift geen specifieke vakdeskundigheid is vereist.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033150
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl