BWBR0033276
Geldig vanaf 15-07-2004
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging OPTA 2004
1. De uitoefening van bevoegdheden, waardoor namens het college financiële verplichtingen worden aangegaan, is in afwijking van het bepaalde in artikelen 4 voorbehouden aan de Voorzitter en de in artikel 2, tweede lid, bedoelde portefeuillehouders, elk wat betreft de aangelegenheden die tot hun portefeuille behoren.
2. De Voorzitter en de portefeuillehouders maken van de hen in het eerste lid verleende bevoegdheid alleen gebruik indien een besluit terzake naar zijn aard of inhoud niet een zodanig gewicht heeft dat het door het college behoort te worden afgedaan, en met inachtneming van de besluiten van het college met betrekking tot de begroting en het financieel beleid.
3. De Voorzitter kan de hem in het eerste lid verleende bevoegdheid verlenen aan een of meer functionarissen van het bureau voor zover het financiële verplichtingen betreft die een door hem vast te stellen bedrag niet te boven gaan.
2. De Voorzitter en de portefeuillehouders maken van de hen in het eerste lid verleende bevoegdheid alleen gebruik indien een besluit terzake naar zijn aard of inhoud niet een zodanig gewicht heeft dat het door het college behoort te worden afgedaan, en met inachtneming van de besluiten van het college met betrekking tot de begroting en het financieel beleid.
3. De Voorzitter kan de hem in het eerste lid verleende bevoegdheid verlenen aan een of meer functionarissen van het bureau voor zover het financiële verplichtingen betreft die een door hem vast te stellen bedrag niet te boven gaan.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033276
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl