BWBR0033408
Geldig vanaf 01-04-2013
Artikel 2
Richtsnoeren inzake toezicht op artikel 16Aa van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 7a van de Gaswet
1. De ACM verstaat onder ‘in eigen beheer’ als bedoeld in artikel 16Aa, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998, en in artikel 7a, eerste lid, van de Gaswet het inzetten van eigen medewerkers en materiële middelen, waarover de netbeheerder volledige zeggenschap heeft, zonder tussenkomst van of instemming van derden.
2. Tevens is volgens de ACM sprake van ‘in eigen beheer’ als bedoeld in het vorige lid wanneer een netbeheerder gebruikmaakt van uitzendkrachten, consultants of materiële middelen van derden, onder zijn gezag en directe aansturing in een gezagsverhouding die in hoge mate vergelijkbaar is met die tussen de netbeheerder en zijn eigen medewerkers.
3. De werkzaamheden die kunnen worden uitbesteed, als bedoeld in artikel 16Aa, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, en in artikel 7a, tweede lid, van de Gaswet, omvatten naar de mening van de ACM in ieder geval niet de werkzaamheden die zijn opgenomen in de bijlage bij deze richtsnoeren.
2. Tevens is volgens de ACM sprake van ‘in eigen beheer’ als bedoeld in het vorige lid wanneer een netbeheerder gebruikmaakt van uitzendkrachten, consultants of materiële middelen van derden, onder zijn gezag en directe aansturing in een gezagsverhouding die in hoge mate vergelijkbaar is met die tussen de netbeheerder en zijn eigen medewerkers.
3. De werkzaamheden die kunnen worden uitbesteed, als bedoeld in artikel 16Aa, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, en in artikel 7a, tweede lid, van de Gaswet, omvatten naar de mening van de ACM in ieder geval niet de werkzaamheden die zijn opgenomen in de bijlage bij deze richtsnoeren.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033408
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl