BWBR0033460
Geldig vanaf 2024-12-18
Artikel 3a
Regeling vaststelling LFNP
1. De ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politieaangewezen politieopleiding heeft gevolgd, kan enkel worden geplaatst in een functie in het vakgebied Intelligence, Forensische Opsporing, met uitzondering van het werkterrein Speurhondengeleiding, Tactische Opsporing, met uitzondering van de functies van Senior Tactische Opsporing en Operationeel Expert Tactische Opsporing, of Operationeel Specialismen, zoals opgenomen in bijlage 1.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die is geplaatst in een functie als bedoeld in het eerste lid is niet bewapend.
3. De ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die na het voltooien van een krachtens artikel 2c, tweede lid, van dat Besluitaangewezen politieopleiding wordt geplaatst in een functie als bedoeld in het eerste lid, is niet bewapend.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die is geplaatst in een functie als bedoeld in het eerste lid is niet bewapend.
3. De ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die na het voltooien van een krachtens artikel 2c, tweede lid, van dat Besluitaangewezen politieopleiding wordt geplaatst in een functie als bedoeld in het eerste lid, is niet bewapend.