BWBR0033743
Geldig vanaf 01-09-2013
Artikel 3
Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
De ondernemer is verplicht:
a. zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en
b. bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast en
c. landbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken.
a. zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en
b. bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast en
c. landbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033743
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl