BWBR0033760
Geldig vanaf 05-11-2014
Artikel 1.4
Deelregeling Versterking Actieve Cultuurparticipatie Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016
1. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien een aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangt.
2. Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren indien:
a) de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds een subsidie ontvangt van een van de rijkscultuurfondsen.
b) de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
c) de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot bestuur, toezicht en transparante verantwoording als bedoeld in de Governance Code Cultuur, welke voor het eerst is vastgesteld in 2006 en herzien in 2013;
d) de aanvraag afkomstig is van een onderwijsinstelling, uitgeverij of omroep organisatie;
e) de aanvraag onvoldoende aantoonbaar maakt dat er sprake zal zijn van inhoudelijke of organisatorische ontwikkeling danwel onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
f) de aanvraag redelijkerwijs gefinancierd kan worden uit het reguliere (taakstelling)budget van de aanvrager danwel tot de reguliere activiteiten van de aanvrager behoort;
g) de aanvraag overwegend receptieve of journalistieke activiteiten bevat;
h) de aanvraag primair gericht is op het realiseren van een beeld- of geluid registratie van bijvoorbeeld concerten en voorstellingen danwel tot doel heeft subsidie te verwerven voor investeringen in bedrijfsmiddelen of bouwkundige voorzieningen;
i) als de activiteit waarvoor wordt aangevraagd eerder start dan drie maanden na sluiting van de aanvraagronde overeenkomstig artikel 2.2 lid 1 of als de aanvraag afkomstig is van een aanvrager aan wie het in artikel 4.5 en 5.5 gemaximeerde aantal keren projectsubsidie is toegekend;
j) de aanvraag niet aansluit bij de doelstelling van de regeling of de thema’s die in een specifieke aanvraagronde gebruikt worden;
k) de activiteit waarvoor wordt aangevraagd later start dan twaalf maanden na de sluiting van de aanvraagronde zoals omschreven in artikel 2.2 lid 1;
l) de aanvraag een hoger of een lager bedrag dan beschreven in artikel 2.3 kent;
m) de aanvraag een sluitende begroting mist.
2. Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren indien:
a) de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds een subsidie ontvangt van een van de rijkscultuurfondsen.
b) de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
c) de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot bestuur, toezicht en transparante verantwoording als bedoeld in de Governance Code Cultuur, welke voor het eerst is vastgesteld in 2006 en herzien in 2013;
d) de aanvraag afkomstig is van een onderwijsinstelling, uitgeverij of omroep organisatie;
e) de aanvraag onvoldoende aantoonbaar maakt dat er sprake zal zijn van inhoudelijke of organisatorische ontwikkeling danwel onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
f) de aanvraag redelijkerwijs gefinancierd kan worden uit het reguliere (taakstelling)budget van de aanvrager danwel tot de reguliere activiteiten van de aanvrager behoort;
g) de aanvraag overwegend receptieve of journalistieke activiteiten bevat;
h) de aanvraag primair gericht is op het realiseren van een beeld- of geluid registratie van bijvoorbeeld concerten en voorstellingen danwel tot doel heeft subsidie te verwerven voor investeringen in bedrijfsmiddelen of bouwkundige voorzieningen;
i) als de activiteit waarvoor wordt aangevraagd eerder start dan drie maanden na sluiting van de aanvraagronde overeenkomstig artikel 2.2 lid 1 of als de aanvraag afkomstig is van een aanvrager aan wie het in artikel 4.5 en 5.5 gemaximeerde aantal keren projectsubsidie is toegekend;
j) de aanvraag niet aansluit bij de doelstelling van de regeling of de thema’s die in een specifieke aanvraagronde gebruikt worden;
k) de activiteit waarvoor wordt aangevraagd later start dan twaalf maanden na de sluiting van de aanvraagronde zoals omschreven in artikel 2.2 lid 1;
l) de aanvraag een hoger of een lager bedrag dan beschreven in artikel 2.3 kent;
m) de aanvraag een sluitende begroting mist.
- Citeren als
- Art. 1.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033760
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl