BWBR0034049
Geldig vanaf 22-10-2013
Artikel 1.5
Deelregeling Jij maakt het mee Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016
1. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien een aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangt.
2. Het bestuur kan subsidie weigeren indien:
a) de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds subsidie ontvangt, of zal ontvangen, van een van de rijkscultuurfondsen;
b) de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
c) de aanvraag niet gericht is op activiteiten op het gebied van kunstbeoefening in de vrije tijd;
d) de aanvraag na de Denk mee-fase onvoldoende relatie vertoont met het in artikel 1.2 omschreven doel van de regeling;
e) de aanvraag eerder dan 12 weken voor de start van het project in de Denk mee-fase wordt geplaatst;
f) het project later dan zes maanden na plaatsing van de aanvraag in de Denk mee-fase van start gaat;
g) als de totale looptijd van het project langer dan één jaar is;
h) de aanvraag afkomstig is van een aanvrager die al één project op hetzelfde moment in de Denk mee-fase of Beslis mee-fase heeft staan;
i) de totale variabele projectkosten van de aanvraag meer dan € 30.000,– bedragen;
j) de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.
2. Het bestuur kan subsidie weigeren indien:
a) de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds subsidie ontvangt, of zal ontvangen, van een van de rijkscultuurfondsen;
b) de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
c) de aanvraag niet gericht is op activiteiten op het gebied van kunstbeoefening in de vrije tijd;
d) de aanvraag na de Denk mee-fase onvoldoende relatie vertoont met het in artikel 1.2 omschreven doel van de regeling;
e) de aanvraag eerder dan 12 weken voor de start van het project in de Denk mee-fase wordt geplaatst;
f) het project later dan zes maanden na plaatsing van de aanvraag in de Denk mee-fase van start gaat;
g) als de totale looptijd van het project langer dan één jaar is;
h) de aanvraag afkomstig is van een aanvrager die al één project op hetzelfde moment in de Denk mee-fase of Beslis mee-fase heeft staan;
i) de totale variabele projectkosten van de aanvraag meer dan € 30.000,– bedragen;
j) de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.
- Citeren als
- Art. 1.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034049
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl