BWBR0034580
Geldig vanaf 31-12-2013
Artikel 6h
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2014 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand, versie per 1 januari 2014
Onderstaande inschrijvingsvoorwaarden voor de rechtsbijstandverlening aan slachtoffers treden op 1 juli 2014 in werking.
Aantoonbaar lid zijn van een van de volgende verenigingen/netwerken:
a. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
b. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
c. Landelijk Advocaten Netwerk Zeden Slachtoffers.
Leden dienen jaarlijks vijf opleidingspunten op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces te behalen. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen. Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk het netwerk tellen daarbij mee.
Voor advocaten die geen lid zijn van een van deze verenigingen/netwerk gelden de volgende voorwaarden:
1. het met succes voltooid hebben van een door de Raad erkende basisopleiding letsel- en slachtofferzaken ter waarde van 20 studiepunten of een ten minste vergelijkbare instapopleiding;
2. het onder begeleiding van een ervaren advocaat behandeld hebben van tenminste drie zaken in dit rechtsgebied, blijkend uit een mentorverklaring. Deze eis van begeleiding geldt niet voor advocaten die in de periode van 2 jaar voor 1 juli 2014 drie zaken zonder begeleiding hebben behandeld.
3. na het moment waarop de advocaat is toegelaten jaarlijks behalen van vijf opleidingspunten op het terrein van de rechtsbijstandverlening aan slachtoffers. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen.
Aantoonbaar lid zijn van een van de volgende verenigingen/netwerken:
a. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
b. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
c. Landelijk Advocaten Netwerk Zeden Slachtoffers.
Leden dienen jaarlijks vijf opleidingspunten op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces te behalen. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen. Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk het netwerk tellen daarbij mee.
Voor advocaten die geen lid zijn van een van deze verenigingen/netwerk gelden de volgende voorwaarden:
1. het met succes voltooid hebben van een door de Raad erkende basisopleiding letsel- en slachtofferzaken ter waarde van 20 studiepunten of een ten minste vergelijkbare instapopleiding;
2. het onder begeleiding van een ervaren advocaat behandeld hebben van tenminste drie zaken in dit rechtsgebied, blijkend uit een mentorverklaring. Deze eis van begeleiding geldt niet voor advocaten die in de periode van 2 jaar voor 1 juli 2014 drie zaken zonder begeleiding hebben behandeld.
3. na het moment waarop de advocaat is toegelaten jaarlijks behalen van vijf opleidingspunten op het terrein van de rechtsbijstandverlening aan slachtoffers. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen.
- Citeren als
- Art. 6h
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034580
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl