BWBR0034625
Geldig vanaf 29-12-2013
Artikel 19
Besluit PT erkenningsvoorschriften medebewind 2012
1. Producentenorganisaties tonen op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan dat zij de verkoopvoorwaarden, en meer in het bijzonder de verkoopprijzen, voor de producten van haar leden waarvoor zij is erkend daadwerkelijk kan bepalen.
2. De in het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijsstukken tonen aan:
a. welke verkoper er binnen of door de producentenorganisatie belast is met de verkoop van de producten van de leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. wat de taak of opdracht van de in onderdeel a bedoelde verkoper is;
c. op welke wijze de in onderdeel a bedoelde verkoper door de producentenorganisatie wordt aangestuurd;
d. welke aanwijzingen de in onderdeel a bedoelde verkoper van de producentenorganisatie gekregen heeft voor het voeren van onderhandelingen over de verkoopvoorwaarden;
e. op welke wijze de in onderdeel a bedoelde verkoper achteraf verantwoording aflegt aan de producentenorganisatie over de gerealiseerde verkoopvoorwaarden, en
f. dat de in onderdeel e bedoelde verantwoording daadwerkelijk wordt afgelegd.
3. De producentenorganisatie legt haar afzetbeleid vast in een besluit van het bestuur dat door de algemene vergadering wordt goedgekeurd.
4. De producentenorganisatie bepaalt op welke locatie of welke locaties het aanbod van de producten van haar leden fysiek geconcentreerd wordt.
5. Het afzetbeleid van de producentenorganisatie wordt jaarlijks door haar bestuur geëvalueerd en deze evaluatie wordt jaarlijks door de algemene vergadering van de producentenorganisatie besproken en geaccordeerd.
2. De in het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijsstukken tonen aan:
a. welke verkoper er binnen of door de producentenorganisatie belast is met de verkoop van de producten van de leden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;
b. wat de taak of opdracht van de in onderdeel a bedoelde verkoper is;
c. op welke wijze de in onderdeel a bedoelde verkoper door de producentenorganisatie wordt aangestuurd;
d. welke aanwijzingen de in onderdeel a bedoelde verkoper van de producentenorganisatie gekregen heeft voor het voeren van onderhandelingen over de verkoopvoorwaarden;
e. op welke wijze de in onderdeel a bedoelde verkoper achteraf verantwoording aflegt aan de producentenorganisatie over de gerealiseerde verkoopvoorwaarden, en
f. dat de in onderdeel e bedoelde verantwoording daadwerkelijk wordt afgelegd.
3. De producentenorganisatie legt haar afzetbeleid vast in een besluit van het bestuur dat door de algemene vergadering wordt goedgekeurd.
4. De producentenorganisatie bepaalt op welke locatie of welke locaties het aanbod van de producten van haar leden fysiek geconcentreerd wordt.
5. Het afzetbeleid van de producentenorganisatie wordt jaarlijks door haar bestuur geëvalueerd en deze evaluatie wordt jaarlijks door de algemene vergadering van de producentenorganisatie besproken en geaccordeerd.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034625
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl